OER  Bachelor Social Work | Voltijd 2024-2025 

Algemene bepalingen

1.1  Reikwijdte

lid 1  

Deze regeling voor onderwijs en examens is van toepassing op alle studenten en extranei die zich hebben ingeschreven voor de opleiding Bachelor Social Work met Isat-code (code in het RIO) 34116.

lid 2  

De authentieke versie van deze OER is te vinden op oer.Zuyd.nl. Enkel de tekst die hier staat is geldig. Als de OER in verschillende talen beschikbaar is, dan bevat de Nederlandse OER de bepalende tekst.

lid 3  

Er kunnen geen rechten ontleend worden aan Onderwijs- en Examenregelingen (OER) van eerdere jaren. Uitzonderingen hierop gelden voor specifieke regelingen als deze in de overgangsmaatregelen worden genoemd.

lid 4

Dit is het document voor voltijdsonderwijs. Deze OER bestaat uit aparte documenten voor voltijd- en deeltijdonderwijs.

1.2  Vaststelling en wijziging

lid 1  

De academiedirecteur stelt deze OER uiterlijk op 1 juli 2024 vast, na instemming van de Academieraad.

lid 2  

Op 19-06-2024 heeft de academiedirecteur deze OER vastgesteld. Door de Academieraad is op 18-06-2024 ingestemd met deze OER.

lid 3  

Deze OER kan gedurende het studiejaar niet worden gewijzigd.

lid 4  

Deze onderwijs- en examenregeling gaat in op 1 september 2024 en wordt OER Bachelor Social Work | Voltijd 2024-2025 genoemd.

1.3  Evaluatie

De academiedirecteur evalueert jaarlijks de OER en het onderwijs om de kwaliteit te waarborgen. De academiedirecteur let daarbij op de tijdsbesteding en studielast van de studenten. De academiedirecteur bespreekt de uitkomsten van deze evaluatie met de Academieraad. De evaluatie verloopt als volgt:

Modules (onderwijs inclusief toetsing) worden jaarlijks geëvalueerd. Input voor de evaluatie wordt verkregen door het afnemen van kwalitatieve evaluaties met studenten en docenten. Daarnaast vullen studenten meetinstrumenten in die meer kwantitatieve informatie opleveren (Questback). Deze input resulteert in een moduleverbeterplan dat de modulecoördinator opstelt en ter goedkeuring voorlegt aan de curriculumcommissie. Module-specifieke aanpassingen worden teruggekoppeld naar de studenten, de jaarteams en naar het gehele team. Module-overstijgende aandachtspunten en verbeteringssuggesties worden besproken in afstemming met de curriculumcommissie en waar nodig met het opleidingsmanagement en de Examencommissie. Periodiek worden de evaluaties aan de Academieraad voorgelegd. Al naar gelang de noodzaak en/of behoefte wordt op studiejaarniveau en/of leerlijnniveau geëvalueerd. Op Academieniveau wordt kwantitatief met behulp van de Nationale Studenten Enquête (NSE) geëvalueerd. De resultaten van de NSE vormen input voor het jaarplan van de opleiding. Het kwaliteitszorgsysteem is aldus gericht op het integraal analyseren van en betekenis geven aan de verkregen evaluatiedata, op moduleniveau alsook op studiejaar/leerlijnniveau. Op beide niveaus wordt vanuit een PDCA-systematiek gestuurd op kwaliteitsverbetering van het onderwijs.

1.4  Afwijken van de OER (Hardheidsclausule)

Je kunt een schriftelijk verzoek om af te wijken van de OER indienen bij de examencommissie als deze OER jouw belang onredelijk schaadt tijdens jouw inschrijving aan de opleiding. De examencommissie weegt jouw belang en het belang van de opleiding tegen elkaar af en beslist binnen 15 werkdagen. Van dit besluit word je schriftelijk in kennis gesteld.

1.5  Onvoorziene omstandigheden

Als deze OER geen oplossing biedt en er snel een besluit nodig is, beslist het bevoegde orgaan. Als de examencommissie bevoegd is, zoals bij toetsing of examens, kan de voorzitter het besluit nemen.

1.6  Afwijken van de OER i.v.m. een epidemie

Als de epidemiologische situatie hier aanleiding toe geeft kan worden afgeweken van deze OER, hiervoor is een positief besluit van het College van Bestuur noodzakelijk. De academiedirecteur kan dan in een addendum specifieke afwijkingen op deze OER vaststellen.

De Academieraad moet instemmen met dit addendum. Als de afwijking gaat over een bevoegdheid van de examencommissie, dan neemt de examencommissie het besluit en wordt de Academieraad geïnformeerd.

Opleiding

2.1  Doel van de opleiding

De opleiding Social Work leidt studenten op tot professionals die op bachelorniveau (inter)professioneel werkzaam zijn binnen het sociale domein. Hiertoe heeft zij een krachtige, praktijkgerichte leeromgeving gecreëerd waarin het leren aan de hand van authentieke praktijkgerichte (casus)opdrachten en praktijkstages een belangrijk rol speelt. Centraal in de beroepsuitoefening van de sociaal werker staat het bevorderen van het sociaal functioneren van mensen en hun sociale context. De sociaal werker is vakkundig en in staat tot het signaleren, analyseren en onderzoeken van factoren (in de leefwereld en de institutionele wereld) die het sociaal functioneren van mensen belemmeren en/of onmogelijk maken. Hij legt relaties tussen individuele, sociale, maatschappelijke en (politiek)ethische vraagstukken. Hij neemt maatschappelijke verantwoordelijkheid door bij te dragen aan het welzijn van de burgers, de sociale cohesie van de gemeenschap en de sociale rechtvaardigheid binnen de samenleving als geheel en specifiek binnen de eigen regio. 

2.2  Opleidingsprofiel

De opleiding Social Work baseert de inrichting van haar curriculum op het Landelijk Opleidingsdocument Sociaal Werk  (Vereniging Hogescholen, 2017). Dit document is middels onderstaande link in te zien: (https://www.vereniginghogescholen.nl/system/profiles/documents/000/000/212/original/Landelijk_opleidingsdocument_Sociaal_Werk_-_downloadversie.pdf?1494439200

In bovenstaand document is opgenomen wat een sociaal werker moet weten en kunnen. Enerzijds dient elke afgestudeerde sociaal werker over een vergelijkbare, brede basis aan kwalificaties en competenties te beschikken. Anderzijds kan hij zijn expertise toespitsen op één van de drie landelijke vastgestelde beroepscontexten, te weten: Zorg, Jeugd en Welzijn & Samenleving. Elke context stelt naast algemene ook specifieke eisen aan de sociaal werker. Dat betekent dat de opleiding sociaal werkers opleidt tot zogenaamde T-shaped professionals: professionals met een brede basis, die zowel expert zijn in de integrale benadering als in een beroepsspecifieke context.

2.3  Start van de opleiding

lid 1  

De opleiding start op 1 september 2024.

2.4  Toelating

lid 1

Je wordt toegelaten tot de opleiding, waarbij de regels uit de Regeling Toelating, Inschrijving en Uitschrijving gelden. Deze regeling kun je vinden op www.zuyd.nl.

lid 2  

Op zuyd.nl kun je meer informatie vinden over jouw opleiding. Daar lees je wat de toelatingseisen zijn en hoe je je kunt aanmelden. Als je niet aan de eisen voldoet, maar toch graag de opleiding wilt doen, dan kun je kijken of er andere mogelijkheden zijn.

2.5  Voertaal

lid 1 De voertaal van de opleiding is Nederlands.

lid 2  

Het is mogelijk dat een onderwijseenheid in een andere taal gegeven wordt dan de voertaal van de opleiding, bijvoorbeeld omdat de (gast)docent uit een ander land komt. Dit staat altijd aangegeven bij de omschrijving van het vak in Osiris en de bijlage 'Inhoudelijke beschrijving onderwijseenheden'. Ook staat er waarom er voor deze taal gekozen is.

lid 3  

Bij alle onderwijs dat in een andere taal wordt uitgevoerd dan het Nederlands, geldt de Gedragscode Voertaal. Deze gedragscode kun je vinden op op Zuydnet.

2.6  Afstudeerrichtingen

Je kunt aan jouw opleiding enkel het basisprogramma volgen.

2.7  Extra kosten

lid 1  

Voor je inschrijving aan de opleiding als student mag enkel collegegeld worden gevraagd. Hierop geldt een uitzondering als er extra onderzoek nodig is naar je toelaatbaarheid. 

lid 2  

Voor digitale toetsing maakt Zuyd gebruik van Schoolyear. Hiervoor heb je een eigen laptop nodig met een up-to-date installatie van Windows of macOS. De accu van je laptop dient voldoende capaciteit te hebben om je laptop voor de volledige toetsduur te kunnen gebruiken. Daarnaast dient jouw laptop minimaal te voldoen aan de volgende specificaties:

  • Minimaal 4 GB werkgeheugen (RAM)
  • Minimaal 300 MB vrije opslag op je interne opslag
  • Minimaal Windows 10+ of macOS 10.13+ als besturingssysteem

Schoolyear maakt gebruik van je webbrowser en wordt ondersteund in Chrome, Edge en Firefox. Mogelijk stelt jouw opleiding strengere eisen aan de laptop, dat wordt dan hieronder vermeld.

lid 3  

Om de opleiding te kunnen volgen kan het nodig zijn om vooraf enkele aanvullende onderwijsbenodigdheden aan te schaffen.Dit betreft naar verwachting het volgende:

Studiejaar 1:

  • Studieboeken: € 400,=
  • Werkweek: € 75,=
  • Diversen: € 100,=
  • Aanschaf laptop

Studiejaar 2:

  • Studieboeken:  € 250,=
  • Diversen: € 100,=

Studiejaar 3:

  • Studieboeken:  €75,=

Studiejaar 4:

  • Studieboeken: € 250,= (indien dan voor de minoren)
  • Diversen: € 150,=

NB. Voor studenten die in het buitenland een of meer studieonderdelen willen volgen, zijn extra kosten verbonden aan de opleiding. De hoogte van deze kosten is afhankelijk van reisdoel, lengte verblijf etc. 

lid 4  

Excursies, werkbezoeken, practica en workshops kunnen deel uitmaken van je onderwijsprogramma. Hier kunnen voor jou extra kosten aan verbonden zijn. Een lijst hiervan vind je Op Moodle bij de betreffende module. Als je de kosten voor deze activiteiten, niet kunt of wilt maken, dan word je een gelijkwaardig alternatief aangeboden.

lid 5  

Er mag in geen geval een financiële vergoeding aan jou gevraagd worden voor het inschrijven of de deelname aan toetsing.

lid 6  

Als je kunt aantonen dat er voor jou persoonlijke- en bijzondere omstandigheden zijn, waardoor je de kosten voor onderwijsbenodigdheden of -voorzieningen niet kunt dragen dan kun je een schriftelijk verzoek indienen bij de academiedirecteur om een financiële voorziening of een ontheffing van de betalingsverplichting. De academiedirecteur beslist hier dan binnen 20 werkdagen over. Bij het nemen van dit besluit wint deze advies in bij de studentendecaan. Het besluit wordt binnen deze 20 werkdagen schriftelijk aan je medegedeeld.

2.8  Verlaten van de opleiding

De procedure met betrekking tot het beëindigen van de inschrijving van de opleiding is te vinden in de Regeling Toelating, Inschrijving en Uitschrijving, deze regeling kun je vinden op Zuydnet.

Onderwijs

3.1  Beschrijving van het curriculum

lid 1 In 2.2 is reeds vermeld dat het opleidingsprogramma gebaseerd is op het Landelijk Opleidingsdocument Social Work (Vereniging Hogescholen, 2017). Voor een concretisering van de inhoud van de afzonderlijke programmaonderdelen verwijzen wij naar bijlage 2 en 3. 

lid 2  

In het reguliere curriculum worden de volgende onderwijseenheden aangeboden:

Blok Onderwijseenheid Studiepunten Keuze (minor/keuzeonderwijs)

OLP 1

Ik ga voor Sociaal Werk!

15

Nee

OLP 2

Kansenongelijkheid

15

Nee

OLP 3

Participatie en zelfredzaamheid: Illusie of realiteit

15

Nee

OLP 4

Samenleven gaat niet vanzelf

15

Nee

OLP 5

Interdisciplinair samenwerken in de jeugdzorg

15

Nee

OLP 6

werken in en met netwerken; een zorg van ons allemaal

15

Nee

OLP 7

Werken in en met gemeenschappen; van leefwereld naar systeemwereld en weer terug

15

Nee

OLP 8

Samen innoveren in het sociaal domein

15

Nee

N.B. 1. De onderwijseenheden in leerjaar 1 en 2 bestaan telkens uit een integratieve leerlijn, een vaardigheidslijn en een PPO-lijn. N.B. 2. Er heeft in studiejaar 24-25 een wisseling plaatsgevonden van OLP's t.o.v. studiejaar 22-23 en 23-24. De indeling in 24-25 is nu OLP 5 Jeugd, OLP 6 Zorg en OLP 7 W&S

OLP 9

Praktijkleren en Supervisie

15

Nee

OLP 10

Praktijkleren en Supervisie

15

Nee

OLP 11

Praktijkleren en Supervisie

15

Nee

OLP 12

Praktijkleren en Supervisie

15

Nee

OLP 13

Minor

15

Ja

OLP 14

Minor

15

Ja

OLP 15

Afstuderen

15

Nee

OLP 16

Afstuderen

15

Nee

N.B. OLP 16 bestaat uit Afstuderen en een PPO-toets

In de propedeuse zijn binnen dit onderwijs tenminste 504 contacturen geprogrammeerd.

lid 3  

Een uitgewerkt overzicht van alle onderwijseenheden is te vinden via deze link in Osiris. Een geëxporteerde versie van het curriculum is bijgevoegd als de bijlage 'inhoudelijke beschrijving onderwijseenheden'.

3.2  Eisen voor de beroepsuitoefening

Als je een opleiding volgt voor een beroep, waaraan eisen in de wet zijn gesteld aan verworven competenties voor de beroepsuitoefening, dan word je binnen de opleiding in de gelegenheid gesteld om aan die vereisten te voldoen, binnen de nominale studiebelasting.

3.3  Praktische oefeningen en aanwezigheidsplicht

lid 1

Binnen het onderwijs kunnen er één of meer onderwijseenheden zijn die de status ‘praktische oefening’ hebben. Bij praktische oefeningen moet je denken aan practica of werkcolleges. Bij een praktische oefening kan een examinator op basis van observatie van jouw handelen tot een beoordeling komen. De academiedirecteur bepaalt welke onderwijseenheden praktische oefeningen zijn. Deze vind je in Osiris en de bijlage 'inhoudelijke beschrijving onderwijseenheden'.

lid 2  

Alleen bij een praktische oefening kan jouw aanwezigheid worden verplicht, dit kan enkel in de volgende gevallen:

  • de examinator kan alleen door observatie van jouw leerproces of voortgang van de leeractiviteit tot een beoordeling komen;
  • je bent in je leerproces of voortgang van de leeractiviteit afhankelijk van de persoonlijke aanwezigheid van medestudenten en vice versa.

Aanwezigheidsplicht geldt voor de volgende praktische oefeningen: 

S-SW4.3GGZ-21 Profiel GGZ Agoog (OLP 13)

Aanwezigheidsplicht is vereist: 

  • Voor die onderwijsleeractiviteiten waarbij aanwezigheid vereist is ten behoeve van de beoordeling van het groepsproces en groepsproduct.
  • Voor die onderwijsleeractiviteiten waarbij beoordeling plaatsvindt tijdens de leeractiviteit zelf.

In beide gevallen kan de docent geen oordeel vellen indien de student niet aanwezig is en is hij dus onbeoordeelbaar. De student krijgt een herkansing aangeboden (bv. in de vorm van een inhaalopdracht). De beoordeling voor deze herkansing bepaalt het eindcijfer voor de betreffende student. 

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling moet de student voldoen aan de eisen van aanwezigheid. Voldoet hij hier niet aan dan krijgt hij de mogelijkheid tot een individuele herkansing. 

  • In geval van afwezigheid bij onderwijsbijeenkomsten krijgt de student de gelegenheid om de gemiste inhoud en de te investeren onderwijstijd te compenseren met een inhaalopdracht. De student neemt zelf initiatief om in overleg met de docent de vervangende opdracht te bepalen. De docent is eindverantwoordelijk voor de inhoud van de opdracht;
  • Het maximaal aantal met een inhaalopdracht te compenseren bijeenkomst per onderwijsleerperiode is:
    • Indien er 4 of minder groepsbijeenkomsten per periode zijn: 1 gemiste bijeenkomst;
    • bij 5-10 bijeenkomsten per periode: 2 gemiste bijeenkomsten;
    • bij meer dan 10 groepsbijeenkomsten per periode: 3 gemiste bijeenkomsten.

lid 3  

Als aanwezigheidsplicht wordt beoordeeld, dan vindt de beoordeling van jouw aanwezigheid plaats als een losse toets. Hieronder is beschreven hoe de toetsing is georganiseerd, ook in het geval van een nieuwe toetskans.

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling moet de student voldoen aan de eisen van aanwezigheid. Voldoet hij hier niet aan dan krijgt hij de mogelijkheid tot een individuele herkansing. 

3.4  Onderwijs buiten het opleidingsprogramma

lid 1  

De academiedirecteur kan besluiten om je uit te nodigen om een externe opdracht uit te voeren als alternatief voor één of meer onderwijseenheden van de opleiding. Je kunt ook zelf hiervoor een verzoek indienen bij de academiedirecteur.

lid 2  

De examencommissie van je opleiding beslist of de externe opdracht deze onderwijseenheden kan vervangen. Hierbij kijkt de commissie in ieder geval of de inhoud, het niveau, de omvang en de organisatie van de externe opdracht reden geeft om te besluiten dat het een adequate vervanging is van de beoogde programma-onderdelen.

lid 3  

Je hebt het recht op het volgen van onderwijseenheden en het afleggen van de bijbehorende toetsing van Zuyd Hogeschool, mits je voldoet aan de toegangseisen van deze onderwijseenheden. De toegangseisen staan beschreven in de OER waar deze onderdeel van uitmaken.

lid 4  

Op het vorige lid kan alleen een uitzondering worden gemaakt door de academiedirecteur waaronder een onderwijseenheid wordt aangeboden, als deze onderwijseenheid en de betreffende toetsing vallen onder:

  1. een opleiding die mag selecteren én hoger collegegeld mag vragen,
  2. masteronderwijs en je geen bachelorgraad hebt,
  3. een numerus fixus opleiding waarvoor je niet bent toegelaten. Dit geldt zowel voor een arbeidsmarktfixus, als voor een fixus vanwege capaciteitsproblemen.

lid 5  

Met voorafgaande instemming van de examencommissie kan je bij een andere onderwijsinstelling toetsing afleggen. Als de onderwijseenheid bij een onderwijsinstelling in het buitenland wordt gevolgd, dient daartoe door de betrokken onderwijsinstellingen een learning agreement te zijn ondertekend.

lid 6
Positieve resultaten van onderwijseenheden die buiten het studieprogramma van 240 studiepunten vallen, kunnen in je resultatenoverzicht worden opgenomen. De examencommissie beslist hierover. De commissie beoordeelt hierbij of dit bijdraagt aan de versterking van jouw beroepsuitoefening. Je dient hiertoe een gemotiveerd verzoek in te dienen bij de examencommissie. De commissie neemt binnen 10 werkdagen na ontvangst van dit verzoek een gemotiveerd besluit en deelt dit aan jou mee.

lid 7
Positieve resultaten buiten je eigen opleidingsprogramma tellen niet mee voor de resultaten op grond waarvan een studieadvies kan worden gegeven.

3.5  Inschrijven voor onderwijs en toetsing

lid 1  

Je bent automatisch ingeschreven voor de toetskansen binnen het studiejaar, als je bent ingeschreven voor de cursus in Osiris waar deze toetsing bij hoort en je de toetsing nog niet hebt afgesloten met een positief resultaat. Je bent zelf verantwoordelijk voor de inschrijving voor de cursussen in Osiris. Je wordt niet toegelaten tot toetsing als je niet bent ingeschreven hiervoor.

lid 2  

Voor het afleggen van toetskansen van de major waar je niet automatisch voor wordt ingeschreven dien je je in te schrijven in Osiris conform onderstaande inschrijvingsprocedure.

Indien de student nog openstaande toetsen moet behalen uit voorgaande studiejaren (kans 3 en meer) dient de student zich voor deze toetsen in de eerste vier weken na aanvang van het studiejaar in te schrijven in Osiris.

3.6  Minoren en Keuzeonderwijs

lid 1  

Je hebt het recht om minstens 2 minoren te volgen, binnen de reguliere studiebelasting van je opleiding, om je te profileren. De studiebelasting van een minor is 15 EC.

lid 2  

Naast minoren, kan het zijn dat je opleiding ook keuzeonderwijs aanbiedt. Deze vallen buiten de major van je opleiding, maar binnen de 240 studiepunten van de totale opleiding. Het verschil met een minor is dat deze niet uit 15 studiepunten hoeft te bestaan.

lid 3  

In Osiris vind je de onderwijscatalogus. Hierin kun je vinden welke minoren en keuzemodules je kunt volgen.

lid 4  

Als je een minor wilt volgen waarvan in de onderwijscatalogus is vastgelegd dat deze toegankelijk is voor jou, heb je hier verder geen toestemming voor nodig. 

lid 5  

Je moet je inschrijven voor het volgen van onderwijs en het afleggen van toetsing van een minor bij de opleiding die de minor aanbiedt. Deze inschrijving verloopt via Osiris. Als er slechts een beperkte capaciteit is geldt in ieder geval de volgorde van inschrijving voor toewijzing van deze capaciteit. Op Zuydnet vind je een beschrijving van de inschrijvingsprocedure.

lid 6  

Als je niet geplaatst kunt worden in een Zuyd-minor, omdat het maximaal aantal plaatsen overschreden is of het minimum aantal plaatsen niet gehaald is, word je in de gelegenheid gesteld om je in te schrijven voor een andere minor. 

lid 7  

Wanneer je een minor binnen of buiten Zuyd wilt doen, waarvan niet is vastgelegd dat die toegankelijk is voor jou, dien je vooraf toestemming te vragen aan de examencommissie om deze minor te volgen.

lid 8  

Indien je een minor of keuzeonderwijs volgt bij een andere opleiding binnen Zuyd dan volg je voor deze minor of dit keuzeonderwijs de OER van de aanbiedende opleiding.

Toetsing

4.1  Organisatie

lid 1  

Een onderwijseenheid kan bestaan uit meerdere (deel)toetsen. Als een toets bestaat uit deeltoetsen, dan is dit er nooit maar één. Je krijgt pas studiepunten voor een onderwijseenheid toegekend als je alle (deel)toetsen hebt gehaald.

lid 2  

Examinatoren en andere bij toetsing betrokkenen moeten volledige geheimhouding bewaren over de opgaven en opdrachten van schriftelijke toetsing, totdat deze zijn uitgereikt aan de studenten.

lid 3  

Je legt een schriftelijke of digitale toets af onder toezicht van ten minste één examinator of een daartoe aangestelde surveillant, die namens hem het toezicht uitoefent. Alle overige toetsen worden onder toezicht van ten minste één examinator afgelegd.

lid 4  

Binnen 15 werkdagen nadat je een toets hebt afgelegd, heb je recht op bekendmaking van de vastgestelde beoordelingen. Alleen als er aannemelijke redenen zijn, mag deze termijn door de opleiding worden overschreden. Je moet in dat geval daarvan zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld.

lid 5  

Als je een toets hebt gehaald, reikt de examinator als bewijs daarvoor een bewijsstuk uit of wordt het resultaat van die toets met de bijbehorende beoordeling opgenomen in Osiris.

lid 6  

Er moeten ten minste 5 werkdagen zitten tussen het moment van de uitslag van een toets en de volgende toetskans van eenzelfde onderwijseenheid. Voorafgaand aan deze toetskans moet aan jou de mogelijkheid van inzage zijn geboden.

lid 7  

Een toets en de tweede toetskans zijn altijd zo ingeroosterd, dat je in beroep kunt gaan, vóór de aanvang van jouw volgend jaar van inschrijving.

4.2  Momenten van toetsing

lid 1  

Bij jouw opleiding worden op de volgende momenten de eerste toetskansen aangeboden:

VTO 1 en 2 (OLP 1 t/m 8)

Kans 1: De toetsing van de persoonlijke en professionele ontwikkeling wordt getoetst in week 9 of 10 m.u.v. OLP 4 en 8. Hier vindt de eerste kans plaats in week 8 of 9. Kans 2: De herkansing van de persoonlijke en professionele ontwikkeling wordt getoetst in uiterlijk week 5 van de volgende periode m.u.v. OLP 4 en 8. Hier vindt de herkansing uiterlijk 31-08-2025 plaats.

Kans 1: De integratieve leerlijn wordt getoetst in week 5 (kennistoets) en 10 (integratieve toets) m.u.v. OLP 1 en 5. Hier vindt de kennistoets plaats in week 6. Kans 2: De herkansing van de kennistoets vindt plaats in week 10 van dezelfde OLP. De herkansing van de integratieve toets vindt plaats in uiterlijk week 5 van de volgende OLP m.u.v. OLP 4 en 8. Hier vindt de toets uiterlijk 31-08-2025 plaats.

Kans 1: De vaardigheidslijn wordt getoetst in week 9 of 10 m.u.v. OLP 4 en 8. Hier vindt de eerste kans plaats in week 7, 8 of 9. Kans 2: De herkansing van de vaardigheidslijn vindt uiterlijk in week 5 van de volgende OLP plaats m.u.v. OLP 4 en 8. Hier vindt de herkansing uiterlijk 31-08-2025 plaats.

VTO 3 (OLP 9 t/m 12)

Kans 1: De toets van Praktijkleren OLP 9, 10 en 11 vinden plaats in week 8, 9 of 10 van de lopende OLP of in week 1 of 2 van de volgende OLP m.u.v. OLP 12. Hier wordt de toets afgenomen in week 8, 9 of 10 van de lopende OLP. Kans 2: De herkansing van de toets van Praktijkleren OLP 9 en 10 wordt uiterlijk in week 10 van de volgende OLP afgenomen. Praktijkleren OLP 11 wordt uiterlijk in week 10 of 11 van de volgende OLP afgenomen. De herkansing van Praktijkleren OLP 12 wordt uiterlijk 31-08-2025 afgenomen.

Kans 1: Supervisie wordt getoetst in week 8, 9 of 10 van OLP 12. Kans 2: De herkansing van supervisie vindt uiterlijk 31-08-2025 plaats.

VTO 4 (OLP 13 t/m 16)

Kans 1 en 2: de toetsing van de minoren is afhankelijk van de betreffende minor

Kans 1: Het afstudeertraject wordt in week 6 of 7 van OLP 16 getoetst. Kans 2: De herkansing van het afstudeertraject wordt uiterlijk 31-08-2025 getoetst.

Kans 1: Het eindassessment vindt plaats in week 9 of 10 van OLP 16 plaats. Kans 2: De herkansing van het eindassessment vindt uiterlijk 31-08-2025 plaats.

 

lid 2  

Overige toetskansen worden aangeboden op de volgende momenten:

Voor studenten die onderwijsonderdelen niet hebben behaald waarbij de toetstabel van vorig jaar er anders uitzag:

  • Indien mogelijk wordt aangesloten bij het lopende studieprogramma.
  • Indien dit niet mogelijk is, formuleert de voorzitter van de betreffende Onderwijsleerperiode (OLP) een alternatieve toets, in overleg met examencommissie, die aansluit bij het gevolgde curriculumprogramma.

Kennistoets VTO1: Wanneer de reguliere kansen in VTO1 van hetzelfde studiejaar niet behaald zijn, herkanst de student deze kennistoetsen in de eerste OLP van VTO2. Indien er ook een tweede kennistoets herkanst moet worden, vindt deze plaats in OLP 2. 

lid 3  

Toetsing vindt plaats binnen de kaders van de bijlage 'Jaarrooster'.

4.3  Toetskansen

lid 1  

Je hebt altijd één extra toetskans per toets per jaar dat je ingeschreven bent, naast de eerste toetskans.

lid 2  

Als je stage loopt of een langdurige externe opdracht doet, kan de examencommissie een uitzondering maken op de regel uit lid 1. Dit kan als je de stage of opdracht niet in hetzelfde jaar dat je ingeschreven bent kunt overdoen. Je mag dan wel aan de toetsing van andere onderwijseenheden meedoen.

lid 3  

Toegang tot toetsing is alleen mogelijk als je nog geen voldoende resultaat hebt behaald. 

lid 4

Als je de doorstroomnorm niet hebt gehaald, mag je reeds behaalde toetsen uit de propedeuse eenmalig opnieuw doen en je cijfer verbeteren, totdat je de doorstroomnorm wel hebt behaald. 

lid 5

Indien je met het opnieuw maken van één toets kunt voldoen aan de normen voor cum laude kun je een extra kans aanvragen en je cijfer verbeteren. Dit doe je door uiterlijk de dag na ontvangst van je laatste toetsresultaat contact op te nemen met de examencommissie

lid 6

Deze toets vindt plaats in het opvolgende jaar op het eerstvolgende reguliere toetsmoment, tenzij je samen met de opleiding een ander moment kiest.

4.4  Beoordelingen

lid 1  

Als je een toets hebt gehaald, betekent dit dat de beoordeling (afgekapt op 1 decimaal achter de komma) 5,5 of hoger is. In kwalitatieve begrippen is dit voldoende. De kwalificatie “voldaan” betekent dat je een toets hebt gehaald en de kwalificatie “niet voldaan” betekent dat je een toets niet hebt gehaald. Deze kwalificaties geven geen verdere waardering zoals (ruim) voldoende en goed.

lid 2  

De examinatoren geven de toetsresultaten uitsluitend op basis van de Nederlandse tienpuntsschaal of op een alfanumerieke schaal die daarmee overeenkomt. Om de resultaten te vergelijken, wordt onderstaande conversietabel gebruikt:
 

Numeric grade / description Alphanumeric grade  
10 (>=9,5) EX / EX Excellent
9 (8,5=<x<9,5) ZG / VG Zeer goed / Very good
8 (7,5=<x<8,5) GO / GO Goed / Good
7 (6,5=<x<7,5) RV / SAT Ruim voldoende / Satisfactory
6 (5,5=<x<6,5) VO / SUF Voldoende / Sufficient
0,5=<x<5,5 OV / FAIL Onvoldoende / Fail

lid 3  

Het kan voorkomen dat de opleiding enkel gebruik maakt van de kwalificaties “voldaan” en “niet voldaan”.

lid 4  

Als je de toetsing voor een onderwijseenheid meermaals hebt afgelegd, stelt de examinator het hoogst behaalde resultaat vast als het resultaat voor deze onderwijseenheid. 

lid 5  

De studiepunten voor de onderwijseenheid worden pas toegekend als de examinator bepaalt dat je de toetsing met een voldoende resultaat hebt afgerond.

lid 6  

Alle onderwijseenheden moet je met een voldoende afsluiten. Je kunt geen onderwijseenheden met elkaar compenseren; je kunt ook geen toetsen met elkaar compenseren.

lid 7  

Je hebt het recht om de beoordeling van je toetsen in te zien en kennis te nemen van de wijze waarop de beoordeling tot stand is gekomen. Je hebt dit recht tot 20 werkdagen na de bekendmaking van je toetscijfer. Daarna vervalt dit recht.

4.5  Overgangsmaatregelen

lid 1  

Indien er sprake is van een nieuw curriculum kunnen oude onderwijseenheden vervallen en omgezet worden naar nieuwe onderwijseenheden. Bij jouw opleiding geldt dit voor de volgende onderwijseenheden:

Afstudeertraject oud programma: 

Met betrekking tot het afstudeervoorstel en het afstudeerwerkstuk : Wanneer de reguliere kansen voor deze beide toetsen niet behaald zijn in dat studiejaar, verkrijgt de student 2 kansen in het nieuwe studiejaar. Hij kan kiezen uit één van de twee volgende opties: 

  • Optie 1: De student gaat door met de afstudeeropdracht in een verkort traject en houdt zich dan aan de volgende deadlines: 
    • Afstudeervoorstel - kans 1 week 4 eerste OLP en kans 2 week 9 eerste OLP;
    • Afstudeerwerkstuk - kans 1 week 6 tweede OLP en kans 2 uiterlijk week 2 derde OLP.
  • Optie 2: De student volgt vanaf het begin van het nieuwe studiejaar het reguliere afstudeerprogramma. 

Met betrekking tot enkel het afstudeerwerkstuk: Wanneer de reguliere kansen voor deze toets in VTO4 niet behaald zijn in dat studiejaar, verkrijgt de student 2 kansen in het nieuwe studiejaar. Hij kan kiezen uit één van de twee opties: 

  • Optie 1: De student gaat door met de afstudeeropdracht in een verkort traject en houdt zich dan aan de volgende deadlines: 
    • Afstudeerwerkstuk - kans 1 in week 4 eerste OLP en kans 2 in week 9 eerste OLP.
  • Optie 2: De student volgt vanaf het begin van het nieuwe studiejaar het reguliere afstudeerprogramma. 

Innovatie en profilering: Wanneer de reguliere kansen voor deze toets in VTO4 niet behaald zijn in dat studiejaar, kiest de student uit één van de drie opties: 

  • Optie 1: De student maakt gebruik van kans 1 in week 4 of 5 eerste OLP en kans 2 één week later. 
  • Optie 2 (indien de student het afstudeerwerkstuk in eerste OLP inlevert) : In overleg met de module-coördinator innovatie en profilering wordt een toetsmoment gepland in week 8 of 9 van eerste OLP.
  • Optie 3 (indien de student het afstudeervoorstel en afstudeerwerkstuk herkanst): In overleg met de module-coördinator innovatie en profilering wordt een toetsmoment gepland in week 10 van de tweede OLP of week 1 van derde OLP.
  • Optie 4: De student maakt gebruik van het reguliere onderwijsprogramma in het volgende studiejaar. 

NB. Voor het afleggen van de toets van Innovatie en Profilering is het noodzakelijk dat het afstudeervoorstel is behaald met een voldoende en het afstudeerwerkstuk is ingeleverd. 

Bachelorproef: Wanneer de student 178 EC behaald heeft, wordt de Bachelorproef georganiseerd. Indien dit buiten de reguliere kansen valt, neemt de student contact op met het Afstudeerbureau. 

Regelingen rondom geldigheidsduur 

Met betrekking tot het afstudeertraject geldt de volgende regel betreffende de geldigheidsduur: Wanneer de student 4 kansen voor afstudeervoorstel of 4 kansen voor het afstudeerwerkstuk binnen twee studiejaren niet behaald heeft, moet de student verder met een nieuwe opdracht. Hij volgt dan het reguliere programma met een nieuwe afstudeeropdracht en maakt de toetsen van afstuderen zoals in het vigerende jaaroverzicht vermeld.

Voor studenten uit de cohorten 2019-2020 en 2020-2021 geldt onderstaand m.b.t. OLP 1 t/m 12

OLP Code Deeltentamen EC
1 (Studie) Loopbaanlijn - Praktijkleren (S-SW1.01-19) Reflectieverslag 2
Body of knowledge: Kennistoets Onderwijsleerperiode 1 (S-SW1.1-20) Kennistoets 5
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW1.2-20) Vaardigheidstoets 2
(Studie) Loopbaanlijn - Praktijkleren (S-SW1.01-20) Reflectieverslag en Beroepsproduct 2

2

 

(Studie) Loopbaanlijn (S-SW2.0-19) SLB bijeenkomst en praktijkleren 3
Onderzoek (S-SW2.3-19) Beroepsproduct (participerende observatie) 1
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW2.0-20) Reflectieverslag en Beroepsproduct 3
Onderzoek (S-SW2.3-20) Beroepsproduct (participerende observatie) 1
3 (Studie) Loopbaanlijn (S-SW3.0-19) Reflectieverslag 3
Body of knowledge: Kennistoets Onderwijsleerperiode 3 (S-SW3.1-20) Kennistoets 5
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW3.2-20) Vaardigheidstoets 2
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW3.0-20) Reflectieverslag 3
Onderzoek (S-SW3.3-20) Beroepsproduct 1
4 Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW4.2-19) Vaardigheidstoets 2
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW4.0-19) Reflectieverslag 3
Onderzoek (S-SW4.3-19) Beroepsproduct 1
Integratieve leerlijn/de casus (S-SW4.4-20) Propedeuseproef 4
Body of knowledge: Kennistoets Onderwijsleerperiode 4 (S-SW4.1-20) Kennistoets 5
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW4.2-20) Vaardigheidstoets 2
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW4.0-20) Reflectieverslag 3
Onderzoek (S-SW4.3-20) Beroepsproduct 1
5 Integratieve leerlijn / de casus (S-SW5.4-19) Beroepsproduct 3
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW5.1-19) Kennistoets 4
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW5.0-19) Beroepsproduct (Integratie SLB en praktijk) 4
Onderzoek (S-SW5.3-19) Beroepsproduct (onderzoek) 1
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW5.1-20) Kennistoets 4
Onderzoek (S-SW5.3-20) Beroepsproduct (onderzoek) 1
Integratieve leerlijn /de casus (S-SW5.4-21) Beroepsproduct 3
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW5.1-21) Kennistoets 4
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW5.0-21) Beroepsproduct (Integratie SLB en praktijk) 4
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW5.2-21) Vaardigheidstoets 3
Onderzoek (S-SW5.3-21) Beroepsproduct (onderzoek) 1
6 Body of knowledge: Kennistoets (S-SW6.1-19) Kennistoets 4
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW6.0-19) Beroepsproduct (integratie SLB en praktijk) 4
Onderzoek (S-SW6.3-19) Beroepsproduct (onderzoek) 1
Integratieve leerlijn/de casus (S-SW6.4-20) Beroepsproduct 3
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW6.1-20) Kennistoets 4
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW6.2-20) Vaardigheidstoets 3
Onderzoek (S-SW6.3-20) Beroepsproduct (onderzoek) 1
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW6.1-21) Kennistoets 4
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW6.2-21) Vaardigheidstoets 3
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW6.0-21) Beroepsproduct (integratie SLB en praktijk) 4
Onderzoek (S-SW6.3-21) Beroepsproduct (onderzoek) 1
7 Integratieve leerlijn / de casus (S-SW7.4-19) Beroepsproducten 5
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW7.1-19) Kennistoets 2
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW7.2-19) Vaardigheidstoets 2
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW7.0-19) Beroepsproduct (integratie SLB en praktijk) 4
Onderzoek (S-SW7.3-19) Beroepsproduct (onderzoek) 2
Integratieve leerlijn / de casus (S-SW7.4-20) Beroepsproducten 5
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW7.1-20) Kennistoets 2
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW7.2-20) Vaardigheidstoets 2
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW7.0-20) Beroepsproduct (integratie SLB en praktijk) 4
Onderzoek (S-SW7.3-20) Beroepsproduct (onderzoek) 2
Integratieve leerlijn / de casus (S-SW7.4-21) Beroepsproducten 5
Body of knowledge: Kennistoets (S-SW7.1-21) Kennistoets 2
Body of skills: Vaardigheidstoets (S-SW7.2-21) Vaardigheidstoets 2
(Studie) Loopbaanlijn (S-SW7.0-21) Beroepsproduct (integratie SLB en praktijk) 4
Onderzoek (S-SW7.3-21) Beroepsproduct (onderzoek) 2
8 Praktische oefening maatschappelijk werk (S-SW8.3MW-19) Vaardigheidstoets 2
Praktische oefening maatschappelijk werk (S-SW8.3MW-20) Vaardigheidstoets 2
Praktische oefening maatschappelijk werk (S-SW8.3MW-21) Vaardigheidstoets 2
Casustoets (plan van aanpak) maatschappelijk werk (S-SW8.4MW-19) Presentatie  5
Casustoets (plan van aanpak) maatschappelijk werk (S-SW8.4MW-20) Presentatie 5
Casustoets (plan van aanpak) maatschappelijk werk (S-SW8.4MW-21) Presentatie 5
Kennistoets maatschappelijk werk (S-SW8.1MW-19) Kennistoets 4
Kennistoets maatschappelijk werk (S-SW8.1MW-20) Kennistoets 4
Kennistoets maatschappelijk werk (S-SW8.1MW-21) Kennistoets 4
Casustoets maatschappelijk werk (Take home opdracht Schuldhulpverlening) (S-SW8.2MW-19) Casustoets 4
Casustoets maatschappelijk werk (Take home opdracht Schuldhulpverlening) (S-SW8.2MW-20) Casustoets 4
Casustoets maatschappelijk werk (Take home opdracht Schuldhulpverlening) (S-SW8.2MW-21) Casustoets 4
Assessment geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.3GGZ-19) Beroepsproduct  8
Assessment geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.3GGZ-20) Beroepsproduct 8
Assessment geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.3GGZ-21) Beroepsproduct 8
Vaardigheidstoets geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.2GGZ-19) Vaardigheidstoets 3
Vaardigheidstoets geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.2GGZ-20) Praktische oefening 3
Vaardigheidstoets geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.2GGZ-21) Praktische oefening 3
Kennistoets geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.1GGZ-19) Kennistoets  4
Kennistoets geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.1GGZ-20) Kennistoets 4
Kennistoets geestelijke gezondheidszorg (S-SW8.1GGZ-21) Kennistoets 4
Presentatie van methodische en communicatieve vaardigheden gehandicaptenzorg (S-SW8.3GHZ-21) Presentatie 3
Verantwoordingsverslag cliëntgerichte opdracht gehandicaptenzorg (S-SW8.4GHZ-21)  Verslag 4
Casustoets gehandicaptenzorg (S-SW8.2GHZ-21) Casustoets 4
Kennistoets gehandicaptenzorg (S-SW8.1GHZ-21) Kennistoets 4
Vaardigheidstoets jeugdzorg (S-SW8.3JZ-19) Vaardigheden 5
Vaardigheidstoets jeugdzorg (S-SW8.3JZ-20) Vaardigheden 5
Vaardigheidstoets jeugdzorg (S-SW8.3JZ-21) Vaardigheden 5
Beroepsproduct jeugdzorg (S-SW8.4JZ-19) Stagevoorbereiding 2
Beroepsproduct jeugdzorg (S-SW8.4JZ-20) Stagevoorbereiding 2
Beroepsproduct jeugdzorg (S-SW8.4JZ-21) Stagevoorbereiding 2
Casustoets (legitimatie en presentatie) jeugdzorg (S-SW8.2JZ-19) Casustoets 4
Casustoets (legitimatie en presentatie) jeugdzorg (S-SW8.2JZ-20) Casustoets 4
Casustoets (legitimatie en presentatie) jeugdzorg (S-SW8.2JZ-21) Casustoets 4
Kennistoets jeugdzorg (S-SW8.1JZ-19) Kennistoets  4
Kennistoets jeugdzorg (S-SW8.1JZ-20) Kennistoets 4
Kennistoets jeugdzorg (S-SW8.1JZ-21) Kennistoets 4
9 Praktijkleren OLP 9 (S-SW3.2.1-19) Assessment 15
Praktijkleren OLP 9 (S-SW3.2.1-20) Assessment 15
Praktijkleren OLP 9 (S-SW3.2.1-21) Assessment 15
10 Praktijkleren OLP 10 (S-SW3.2.2-19) Assessment 13
Projectmatig werken, Programma van eisen (S-SW3.1.6-19) Programma van eisen 2
Praktijkleren OLP 10 (S-SW3.2.2-20) Assessment 13
Projectmatig werken, Programma van eisen (S-SW3.1.6-20) Programma van eisen 2
Praktijkleren OLP 10 (S-SW3.2.2-21) Assessment 13
Projectmatig werken, Programma van eisen (S-SW3.1.6-21) Programma van eisen 2
11 Praktijkleren OLP 11 (S-SW3.2.3-19) Assessment 13
Projectmatig werken, Plan van aanpak (S-SW3.1.7-19) Plan van aanpak 2
Praktijkleren OLP 11 (S-SW3.2.3-20) Assessment 13
Projectmatig werken, Plan van aanpak (S-SW3.1.7-20) Plan van aanpak 2
Praktijkleren OLP 11 (S-SW3.2.3-21) Assessment 13
Projectmatig werken, Plan van aanpak (S-SW3.1.7-21) Plan van aanpak 2
12 Praktijkleren OLP 12 (S-SW3.2.4-19) Assessment 11
Supervisie (S-SW3.1.1-19) Eindverslag en eindgesprek 2
Projectmatig werken, Nazorgplan (S-SW3.1.8-19) Nazorgplan 2
Praktijkleren OLP 12 (S-SW3.2.4-20) Assessment  11
Supervisie (S-SW3.1.1-20) Eindverslag en eindgesprek 2
Projectmatig werken, Nazorgplan (S-SW3.1.8-20) Nazorgplan 2
Praktijkleren OLP 12 (S-SW3.2.4-21) Assessment 11
Projectmatig werken, Nazorgplan (S-SW3.1.8-21) Nazorgplan 2
Supervisie (S-SW3.1.1-21) Eindverslag en eindgesprek 2

Voor studenten uit de cohorten 2019-2020 en 2020-2021 geldt onderstaand m.b.t. OLP 13 t/m 16

OLP Code Deeltentamen EC
13 Kennistoets Maatschappelijk Werk (S-SW4.1MW-20) Kennistoets 4
Kennistoets Maatschappelijk Werk (S-SW4.1MW-21) Kennistoets 4
Mondelinge toets Maatschappelijk Werk (S-SW4.2MW-20) Mondelinge toets 4
Mondelinge toets Maatschappelijk Werk (S-SW4.2MW-21) Mondelinge toets 4
Beroepsproduct Gehandicaptenzorgwerker (S-SW4.1GHZ-20) Beroepsproduct 3
Beroepsproduct Gehandicaptenzorgwerker (S-SW4.1GHZ-21) Beroepsproduct 3
Beroepsproduct Gehandicaptenzorgwerker (S-SW4.2GHZ-21) Beroepsproduct 5
Beroepsproduct Jeugdzorgwerker (S-SW4.2JZ-20) Beroepsproduct 5
Beroepsproduct Jeugdzorgwerker (S-SW4.2JZ-21) Beroepsproduct 5
Vaardigheidstoets Jeugdzorgwerker (S-SW4.1JZ-20) Vaardigheidstoets 3
Vaardigheidstoets Jeugdzorgwerker (S-SW4.1JZ-21) Vaardigheidstoets 3
Beroepsproduct (betoog) GGZ Agoog (S-SW4.2GGZ-20) Betoog  2
Beroepsproduct (betoog) GGZ Agoog (S-SW4.2GGZ-21) Betoog 2
Praktische oefening GGZ Agoog (S-SW4.3GGZ-20) Praktische oefening 4
Praktische oefening GGZ Agoog (S-SW4.3GGZ-21) Praktische oefening 4
Kennistoets GGZ Agoog (S-SW4.1GGZ-20) Kennistoets 2
Kennistoets GGZ Agoog (S-SW4.1GGZ-21) Kennistoets 2
Capita Selecta 1 (S-SW4.4.4-19) Beroepsproduct 4
Capita Selecta 1 (S-SW4.4.4-20) Beroepsproduct 4
Capita Selecta 1 (S-SW4.4.4-21) Beroepsproduct 4
15 Afstudeervoorstel (S-SW4.4.2-19) Afstudeervoorstel 7
Capita Selecta 2 (S-SW4.4.5-19) Beroepsproduct 4
Afstudeervoorstel (S-SW4.4.2-20) Afstudeervoorstel 7
Capita Selecta 2 (S-SW4.4.5-20) Beroepsproduct 4
Afstudeervoorstel (S-SW4.4.2-21) Afstudeervoorstel 7
Capita Selecta 2 (S-SW4.4.5-21) Beroepsproduct 4
16 Afstudeerwerkstuk (S-SW4.4.3-19) Afstudeerwerkstuk 13
Innovatie en profilering (S-SW4.4.6-19) Beroepsproduct 7
Bachelorproef (S-SW4.3.1-19) Assessment 2
Afstudeerwerkstuk (S-SW4.4.3-20) Afstudeerwerkstuk 13
Innovatie en profilering (S-SW4.4.6-20) Beroepsproduct 7
Bachelorproef (S-SW4.3.1-20) Assessment 2
Afstudeerwerkstuk (S-SW4.4.3-21) afstudeerwerkstuk 13
Innovatie en profilering (S-SW4.4.6-21) Beroepsproduct 7
Bachelorproef (S-SW4.3.1-21) Assessment  2

 

lid 2  

Onderwijseenheden kunnen jaarlijks worden aangepast. Je hebt dan recht op één extra toets met de oude stof, tenzij dit door externe omstandigheden niet meer mogelijk is. Dit staat dan aangegeven in Moodle-overzicht.

4.6  Resultaten die niet meer geldig zijn

lid 1  

Behaalde onderwijseenheden en verleende vrijstellingen blijven in principe altijd geldig. Voor jouw opleiding zijn hier dit studiejaar geen uitzonderingen op. 

lid 2  

Toetsen binnen niet behaalde onderwijseenheden kunnen wel een beperkte geldigheid hebben, jouw opleiding beperkt dit niet.

4.7  Toetsregeling

Niets in dit artikel kan strijdig zijn met de rest van de OER. Bij inconsistenties geldt wat op een andere plek in deze OER is geschreven.

4.7.1  Gedragsregels (uitgesplitst naar aard van de toets)

Voor alle toetsen geldt:

  • Je moet ingeschreven zijn om mee te doen aan de toets. Als je niet op de presentielijst staat, mag je niet deelnemen.
  • Je moet je kunnen legitimeren met een geldige collegekaart, identiteitskaart, paspoort, rijbewijs of via Osiris. Als je je niet met een van deze middelen kunt identificeren, mag je niet meedoen aan de toets.
  • Als je te laat komt, mag je niet deelnemen aan de toets. 
  • Je mag alleen de hulpmiddelen bij je hebben en gebruiken die op het voorblad van de toets staan. 
  • Kladpapier wordt niet nagekeken.
  • Als je moet inloggen met je Zuyd-gegevens voor de toets, mag je authenticator software op je telefoon gebruiken. Voor de start van de toets moet je telefoon opgeborgen zijn in je tas.

4.7.2  Schriftelijke/digitale toetsen in gezamenlijke zitting

Jouw opleiding heeft wel schriftelijke/digitale toetsen in gezamenlijke zitting. 

  • De eerste en de laatste 15 minuten van de toetstijd mag je het lokaal niet verlaten, tenzij je hier een voorziening voor hebt.
  • De toetstijd start als de surveillant dit aangeeft (dat is nadat alles is gecontroleerd en uitgedeeld).
  • Toegestane hulpmiddelen mogen onderling niet uitgeleend worden.
  • Alle telecommunicatiemiddelen (behoudens de door de examinator toegestane hulpmiddelen) moeten worden uitgezet en in je tas zijn opgeborgen. Ook mag je tijdens de toets geen uurwerk (horloge of smartwatch) dragen.
  • Je moet je houden aan de richtlijnen zoals vermeld op het voorblad van de toets (deze kunnen nooit in tegenspraak zijn met de richtlijnen in deze regeling) en aan de richtlijnen van de surveillant.
  • Kladpapier moet je samen met de toets inleveren.
  • Je mag tijdens de toets geen inhoudelijke vragen stellen.
  • Je mag tijdens de toets drinken, maar enkel uit doorzichtige flesjes/drinkbekers zonder etiket.
  • Als je gebruik maakt van een aanvullende voorziening adviseren we je dringend om tenminste 15 minuten voor aanvang van de toets aanwezig te zijn.
  • Je tas moet je onder je tafel leggen.
  • Bij een toets die 2,5 uur of langer duurt, mag je – met uitzondering van de eerste en de laatste 15 minuten van de toetstijd - naar het toilet. Je wordt hierbij altijd begeleid door de surveillant of een ander persoon van de instelling.

4.7.3  Praktijkopdracht, schriftelijke opdracht (verslagen, werkstukken, scripties, e.d.), mondelinge toetsing of elke andere niet genoemde toetsvorm

 

  • Bij digitaal inleveren is het tijdstip van ontvangst leidend. Mocht digitaal inleveren aantoonbaar - en niet door jouw schuld - onmogelijk zijn, dan moet je direct contact opnemen met de examencommissie; je dient dan het bewijs van de oorspronkelijke poging tot digitaal inleveren mee te sturen.

4.7.4  Openbaarheid mondelinge toetsing

Mondelinge toetsing is slechts toegankelijk voor de student en de examinatoren / beoordelaar(s). De Examencommissie is in het kader van borging incidenteel aanwezig bij schriftelijke en/of mondelinge (deel)tentamens. Tevens bestaat de mogelijkheid dat een opname kan worden gemaakt van een mondeling tentamen ten behoeve van de borgingstaak van de Examencommissie. Hiertoe wordt gehandeld conform het vigerende privacybeleid.

4.7.5  Wijze waarop de beoordeling tot stand komt

Moodle-overzicht vermeldt voor elke toets:

  • de beoordelingscriteria;
  • de wijze waarop de beoordeling tot stand komt;
  • de beoordelaars (intern of extern, al dan niet onafhankelijk, een of meer beoordelaars).

De opleiding maakt gebruik van raadkanscorrectie, waar dit van toepassing is wordt dit opgenomen bij de beoordelingscriteria in Moodle-overzicht.

4.7.6  Opleidingsspecifieke gedragsregels

Jouw opleiding heeft geen aanvullende gedragsregels. 

Er zijn geen specifieke gedragsregels aanvullend aan de informatie die je van de opleiding over de toetsing hebt ontvangen.

Indien je in strijd met Artikel 4.7 Toetsregeling handelt, dan is de afgelegde toets ongeldig en wordt jouw werk niet beoordeeld. Als resultaat wordt ‘niet deelgenomen’ geregistreerd.

4.8  Fraude

Wat onder fraude valt en wat de consequenties daarvan zijn en wie verantwoordelijk is voor het besluit, wordt geregeld in het fraudereglement

Examencommissie, vrijstellingen, beroep

5.1  Examencommissie, taken en bevoegdheden

lid 1  

Als je een verzoek wilt indienen bij de examencommissie, dan kan dat voor het volgende:

  • het verkrijgen van vrijstelling voor bepaalde onderwijseenheden of toetsen
  • het mogen deelnemen aan de toetsing van een onderwijseenheid waar je niet aan de toelatingseisen voldoet
  • het krijgen van toestemming om een variant of leerroute te volgen die daarvoor de goedkeuring van de examencommissie vereist
  • het verlengen van de geldigheidsduur van het resultaat van een onderwijseenheid die je met succes hebt afgerond
  • het krijgen van een extra toetskans
  • het regelen van voorzieningen en aanpassingen vanwege een functiebeperking of chronische ziekte
  • het aanvragen van studiefaciliteiten vanwege het beoefenen van topsport
  • het afwijken van deze Onderwijs- en Examenregeling, als je kunt aantonen dat de toepassing daarvan onredelijk zou uitpakken
  • het volgen van een minor die niet in de lijst staat van minoren waar je zonder meer toegang toe hebt op basis van je opleiding

lid 2  

Je kunt de examencommissie bereiken via examencommissiesocialestudies@zuyd.nl.

5.2  Vrijstellingen en bepalingen over EVC’s

lid 1  

Om vrijstellingen te krijgen, moet je ze altijd schriftelijk aanvragen bij de examencommissie. Hierboven vind je de contactgegevens van de Examencommisie. De examencommissie beslist voor welke onderwijseenheden je vrijgesteld wordt. Je moet je verzoek schriftelijk motiveren. Ook moet je bewijsstukken meesturen, die laten zien dat je aan de eisen voor de betreffende onderwijseenheid voldoet.

lid 2  

De examencommissie kan vrijstelling geven voor het afleggen van (een gedeelte van) de toetsing van onderwijseenheden of voor een examen als je al aan de vereisten van de onderwijseenheid of examen hebt voldaan.

lid 3  

Als je al eerder relevante toetsing of een examen hebt gehaald, of als je buiten het hoger onderwijs bepaalde competenties hebt ontwikkeld, kun je ook daarvoor vrijstelling aanvragen. De examencommissie beslist of je vrijstelling krijgt en geeft daarbij een onderbouwing.

lid 4  

Voor een eindwerk (zoals afstudeerwerkstuk/-onderzoek) kun je geen vrijstelling aanvragen. Als eindwerk geldt:

  • OLP12 praktijkleren: mondelinge toets;
  • Afstuderen: legitimatieverslag
  • Afstuderen: eindassessment

lid 5  

De examencommissie stuurt je een schriftelijk bewijs van de vrijstelling, waarop tenminste de verleningsdatum, de betreffende toetsing en de geldigheidsduur vermeld staan.

lid 6  

Je kunt een ervaringscertificaat gebruiken als onderbouwing om vrijstellingen te krijgen als:

  1. je met het ervaringscertificaat aantoont dat je dezelfde of hogere competenties hebt als de onderwijseenheden waarvoor je vrijstelling aanvraagt;
  2. het ervaringscertificaat per competentie het niveau en de inhoud bewijst;
  3. het ervaringscertificaat is afgegeven door een erkende aanbieder van competentiemetingen;
  4. het ervaringscertificaat niet ouder is dan vijf jaar.

5.3  Beroep, bezwaar en klachtrecht

lid 1  

Je kunt bij het Loket Rechtsbescherming van Zuyd Hogeschool terecht als je een klacht, bezwaar of beroep wilt indienen. Je kunt het loket bereiken via rechtsbescherming@zuyd.nl. Het loket stuurt je een ontvangstbevestiging en zorgt ervoor dat het juiste orgaan je zaak inhoudelijk gaat behandelen. Hoe dit precies werkt, lees je in lid 2 tot en met 5.

lid 2  

Je hebt het recht om beroep of bezwaar in te dienen als je het niet eens bent met een beslissing die genomen is op grond van deze OER, of met zaken zoals collegegeld, inschrijving, beëindiging, graadverlening, enz. Deze beslissing kan zijn genomen door bijvoorbeeld de academiedirecteur, opleidingsmanager, examinator of examencommissie. Je kunt je beroep of bezwaar indienen via het Loket Rechtsbescherming (zie lid 1).

lid 3  

Je beroep wordt behandeld door het College van Beroep voor de Examens. Hierbij gelden de regels uit het Reglement van Orde College van Beroep voor de Examens. Je bezwaar wordt behandeld door de Geschillenadviescommissie. Hierbij gelden de regels uit de Regeling Geschillenadviescommissie. Deze reglementen kun je vinden op Zuydnet.

lid 4  

Je kunt een klacht indienen over ongewenste omgangsvormen op basis van de Klachtenregeling Ongewenste Omgangsvormen via het Loket Rechtsbescherming (zie lid 1) bij de Vertrouwenspersoon. De regeling kun je vinden op Zuydnet.

lid 5  

Je kunt een klacht indienen over bijvoorbeeld overige gedragingen en procedures van of door een medewerker, een student, of een orgaan van de hogeschool op basis van de regeling Ombudsvoorziening Zuyd Hogeschool. Dit kan via het Loket Rechtsbescherming (zie lid 1) bij de Ombudsman. In de regeling Ombudsvoorziening staat om welke klachten het kan gaan. Deze regeling kun je vinden op Zuydnet.

Studentbegeleiding

6.1  Studentbegeleiding

Studentbegeleiding is een verantwoordelijkheid van iedereen binnen jouw opleiding. We streven ernaar dat je van iedereen een hoge betrokkenheid ervaart op je professionele ontwikkeling en je je gesteund, gezien en begrepen voelt. We toetsen studentbegeleiding niet. Jouw opleiding voert dit op de volgende manier uit:

Inhoud en opbouw Persoonlijke en Professionele ontwikkeling (PPO)

De Persoonlijke en Professionele Ontwikkelingslijn (PPO-lijn) is georganiseerd vanuit het principe: van sturing naar zelfsturing. De PPO-lijn heeft de volgende accenten:

Propedeuse (VTO1) Persoonlijke en professionele ontwikkeling: minimale contacttijd = 15 uur.

  • Monitoring van studievoortgang en advisering t.a.v. studievoortgang en studieloopbaankeuzes middels groepsbijeenkomsten en individuele gesprekken. Dit onderdeel wordt niet getoetst.
  • Afstemmen tussen SLB-er en praktijkbegeleiding met focus op professioneel handelen in de praktijk.
  • Ontwikkelen reflectievaardigheden i.r.t. persoonlijke en professionele ontwikkeling met het oog op het toekomstig beroep.
  • Ondersteunen bij het zicht krijgen op ontwikkeling van kwalificaties. Dit onderdeel wordt niet getoetst.

Hoofdfase (VTO2) Persoonlijke en professionele ontwikkeling: minimale contacttijd = 15 uur.

  • Monitoring studievoortgang en advisering t.a.v. studievoortgang en studieloopbaankeuzes middels groepsbijeenkomsten en individuele gesprekken. Dit onderdeel wordt niet getoetst.
  • Afstemmen tussen studieloopbaanbegeleiding en praktijkbegeleiding met focus op professioneel handelen in de praktijk.
  • Bevorderen zelfsturing in relatie tot eigen studie- en loopbaanontwikkeling.
  • Ondersteuning en advisering bij het maken van de keuze voor context specifiek onderwijs.
  • Ontwikkelen reflectievaardigheden i.r.t. persoonlijke en professionele ontwikkeling met het oog op het toekomstig beroep.
  • Ondersteuning en advisering bij het maken van de keuze voor een stageplek voor jaar 3.

Waar het gaat om het studieadvies heeft de studieloopbaanbegeleider een rol om de voortgang van de student te monitoren. Indien sprake is van studievertraging kan mogelijk maatwerk ontwikkeld worden om de achterstand te minimaliseren en/of in te halen.

Hoofdfase (VTO3): 

·       Monitoring voortgang en geven van studieadvies.

·       Ondersteunen van studieloopkeuzes t.a.v. het vierde jaar.

Hoofdfase (VTO4)

·       Monitoring voortgang en geven van studieadvies.

·       Ondersteunen van studieloopkeuzes t.a.v. het vierde jaar.

Maatwerk

Maatwerk binnen de opleiding Social Work wordt als volgt gedefinieerd: aanpassingen in het reguliere programma zoals neergelegd in het onderwijscurriculum (onderwijs- en examenreglement).

Reden voor het aanvragen van maatwerk vormt een achterstand in het doorlopen van het opleidingstraject van de student waardoor het niet langer mogelijk is het reguliere programma van toetsing te volgen. 

Omstandigheden (gemaakte afspraken vooraf, wijzigingen in het curriculum, vrijstelling voor programmaonderdelen) die geen effect hebben op het volgen van het reguliere programma van toetsing, vallen niet onder de term maatwerk. Deze kunnen wel met de studieloopbaanbegeleider worden besproken, maar niet via een maatwerktraject worden opgelost. Indien wenselijk kan de studieloopbaanbegeleider of de Examencommissie de decaan van de opleiding vragen om advies.

Stappen in het maatwerktraject 

  • De student bespreekt de aanpassing per onderwijseenheid met de studieloopbaanbegeleider en neemt diens input mee in het aangepast studietraject;
  • De student bespreekt de aanpassing per onderwijseenheid met de OLP/modulecoördinatoren en neemt hun input mee in het aangepast studietraject;
  • De student vult het "format studieplan voor maatwerktraject" alsook het "contactformulier examencommissie" in en stuurt beide formulieren naar de examencommissie (naam studieloopbaanbegeleider en betrokken OLP/modulecoördinatoren in cc). Beide formulieren zijn te vinden op Moodle bij Mooi Sociaal Werk. Gebruik voor het invullen van beide formulieren het studievoortgangsoverzicht in Osiris;
  • De examencommissie antwoordt binnen 15 werkdagen aan de student (inclusief de betrokkenen in cc) met zijnde al dan niet akkoord. Voor de student betekent dit een bindend studietraject.

OER

De OER van 2024-2025 geldt (en niet de OER van het cohort waarin de student gestart is). Bij een voorstel voor een maatwerktraject dient rekening gehouden te worden met de OER van huidige studiejaar en met de:

  • ingangseisen per module;
  • onderwijseenheden per studiejaar.

6.2  Bewaking studievoortgang

lid 1  

Je kunt een overzicht van je toetsresultaten inzien in Osiris. Hierin kun je ook de bewijsstukken inzien van je studievoortgang. De academiedirecteur is verantwoordelijk voor een correcte weergave van je studievoortgang.

lid 2

Je studievoortgang is in je eerste jaar van inschrijving bepalend voor je studieadvies. Daarom krijg je in dat jaar minstens twee keer een actieve terugkoppeling van de opleiding over je studievoortgang. De academiedirecteur is er verantwoordelijk voor dat deze rapportage klopt. De terugkoppeling wordt op de volgende manier geregeld:

Samen met jouw studieloopbaanbegeleider kijk je twee keer per jaar naar jouw studievoortgang.

lid 3

Je hebt het recht om bezwaar te maken als je vindt dat de studievoortgangsrapportage niet klopt of niet compleet is. Je moet dan binnen 20 werkdagen een schriftelijk bezwaar sturen naar de examencommissie.

6.3  Procedure persoonlijk studieadvies

lid 1

In de propedeutische fase krijg je aan het einde van het eerste jaar van inschrijving, uiterlijk een jaar nadat je bent gestart, een studieadvies over het vervolg van je opleiding.

lid 2

Elke student krijgt een persoonlijk studieadvies. Het studieadvies is gebaseerd op je studieresultaten in de propedeuse, op een inschatting van je mogelijkheden en eventuele persoonlijke- en bijzondere omstandigheden. Het studieadvies wordt verleend door de opleidingsmanager, die zich laat adviseren door het docententeam, studentbegeleiders en studentendecanen.

6.4  Verstrekken persoonlijk studieadvies

lid 1

Een positief studieadvies betekent dat de opleiding het vertrouwen heeft dat je geschikt bent voor de opleiding en het beroep, en dat je de opleiding binnen vier jaar kunt afronden. Je krijgt een positief studieadvies als:

  • Je alle 60 studiepunten van de propedeuse hebt behaald. Je wordt dan toegelaten tot de postpropedeutische fase van de opleiding. 
  • Je nog niet alle 60 studiepunten van de propedeuse hebt behaald, maar wel voldoet aan de doorstroomnorm:

Deze norm is minimaal 44 EC inclusief het behaald hebben van de volgende onderwijsonderdelen:

  • De beoordelingsonderdelen van de Persoonlijke Professionele Ontwikkelingslijn (PPO) van onderwijsperiode 4.

lid 2

Als je voldoet aan de doorstroomnorm, geeft de examencommissie jou toestemming om onderwijseenheden van de postpropedeutische fase te volgen en de bijbehorende toetsing af te leggen.

lid 3

Als je niet aan de doorstroomnorm genoemd in lid 1 voldoet, maar de opleiding vindt dat er desondanks een goede match is tussen jou en de opleiding, krijg je een advies passend studietraject. De opleiding geeft je een tweede kans om de propedeuse te behalen. Hoe dat studietraject eruitziet, is afhankelijk van de opleiding, je studieresultaten, een inschatting van je mogelijkheden en eventuele persoonlijke omstandigheden. Een passend studietraject kan ook betekenen dat je de propedeuse volledig opnieuw doet. De studiepunten die je hebt behaald blijven geldig. 

Als je de doorstroomnorm niet hebt behaald, heb je niet het recht om deel te nemen aan onderwijseenheden van de postpropedeutische fase. Tenzij deze onderdeel zijn van het door de opleiding vastgestelde studietraject en de examencommissie hiervoor toestemming geeft.

lid 4  

Als je niet aan de doorstroomnorm genoemd in lid 1 voldoet, en de opleiding vindt dat er geen goede match is tussen jou en de opleiding, krijg je een verwijsadvies. Dat is een dringend advies om met de opleiding te stoppen. Je studentbegeleider en de studentendecaan kunnen je helpen met vervolgstappen, zoals de keuze voor een andere opleiding. Als je het verwijsadvies opvolgt, schrijf je je niet in voor dezelfde opleiding vanaf het volgende studiejaar. 

Wanneer je de opleiding ondanks het verwijsadvies wil vervolgen, kun je het eerste studiejaar geheel of gedeeltelijk opnieuw doen. De studiepunten die je hebt behaald blijven geldig. Je hebt niet het recht om deel te nemen aan onderwijseenheden van de postpropedeutische of afsluitende fase.

6.5  Persoonlijke- en bijzondere omstandigheden

lid 1
Als je niet kunt meedoen aan toetsing door overmacht of andere persoonlijke- en/of bijzondere omstandigheden, neem je zo snel mogelijk contact op met de studentendecaan. Hierbij moet je aangeven wat de aard van de overmacht of de persoonlijke- of bijzondere omstandigheden is of zijn.

lid 2
Als je de toetsing toch nog wilt doen in je huidige jaar van inschrijving, moet je dat laten weten aan de studentendecaan en een verzoek indienen bij de examencommissie. De examencommissie vraagt de studentendecaan om advies en neemt binnen 15 werkdagen een beslissing over je verzoek.

lid 3
Je kunt extra of bijzondere voorzieningen aanvragen voor het afleggen van toetsing als je te maken hebt met persoonlijke of bijzondere omstandigheden.

lid 4
Je hebt persoonlijke en/of bijzondere omstandigheden als:

  1. je zwanger of (langdurig) ziek bent
  2. je een handicap of chronische ziekte hebt
  3. er bijzondere familieomstandigheden spelen; je moet zorgen voor een langdurig ziek familielid of je hebt langdurige psychische en/of sociale problemen in je eigen kring. Al dan niet met financiële gevolgen
  4. je lid van de CMR, een studentencommissie of Academieraad bent. Of je andere activiteiten die College van Bestuur belangrijk vindt voor de organisatie en het bestuur van de hogeschool uitvoert
  5. je bestuurslid bent van een stichting die studentenvoorzieningen onderhoudt of daarmee naar het oordeel van het College van Bestuur vergelijkbare taak uitvoert, waarbij je bestuurlijke (eind)verantwoordelijkheid hebt en waaraan je veel tijd kwijt bent
  6. je bestuurslid bent van een studentenorganisatie die door het College van Bestuur of de academiedirecteur erkend is en die belangrijk is voor de hogeschool en/of de organisatie-eenheden daarbinnen, waarbij je hier veel tijd aan kwijt bent
  7. je opleiding niet goed studeerbaar is
  8. je aan topsport op het (inter-)nationaal hoogste niveau of een hiermee vergelijkbare activiteit doet
  9. je voldoet aan andere omstandigheden die door het College van Bestuur of de academiedirecteur als bijzonder zijn aangemerkt.

lid 5
Als je beroep wilt doen op persoonlijke- en/of bijzondere omstandigheden, kun je in de regeling Studeren met een functiebeperking vinden hoe je dit kunt doen en welke regels dan gelden. Deze regeling kun je vinden op Zuydnet. 

lid 6
Als jouw persoonlijke- en/of bijzondere omstandigheden permanent of chronisch van karakter zijn, kunnen de examencommissie en/of opleidingsmanager je voorzieningen toekennen voor jouw gehele inschrijvingsduur voor de betreffende opleiding na advies van de studentendecaan. Dit is beschreven in de Regeling studeren met een functiebeperking. 

Getuigschriften en bewaartermijnen

7.1  Examens

lid 1  

Als je alle studiepunten van de opleiding hebt behaald, heb je het afsluitend examen gehaald. Het getuigschrift wordt uitgereikt door de examencommissie, die vaststelt of je aan deze voorwaarde voldoet.

lid 2

Als je alle studiepunten van de propedeutische fase hebt behaald, heb je het propedeutische examen gehaald. Het getuigschrift wordt uitgereikt door de examencommissie, die vaststelt of je aan deze voorwaarde voldoet.

lid 3

De examencommissie kan afwijken van wat hierboven beschreven is. De commissie kan dan een aanvullend onderzoek instellen naar jouw kennis, inzicht en vaardigheden. 

7.2  Getuigschriften

lid 1  

De examencommissie stelt vast of je over kennis, inzicht en vaardigheden zoals die in deze OER beschreven zijn beschikt om de graad te krijgen die bij deze opleiding hoort.

lid 2  

Als je het afsluitend examen hebt gehaald verstrekt de examencommissie een getuigschrift hiervan. Hierop staat ten minste: de naam van de opleiding (zoals vermeld in het RIO), de examenonderdelen en, als dit voor jouw opleiding geldt, welke wettelijke bevoegdheid daaraan is verbonden, de graad die erbij hoort en de datum van de laatste accreditatie van de opleiding of toets nieuwe opleiding. Het getuigschrift is minimaal ondertekend door de academiedirecteur en de voorzitter van de examencommissie.

lid 3  

Als je het afsluitend examen hebt gehaald, verleent de academiedirecteur jou namens het College van Bestuur de graad ‘Bachelor of Social Work’. Aan de graad wordt een vermelding toegevoegd van het vakgebied of het beroepenveld, waarop de graad betrekking heeft.

lid 4  

Het getuigschrift van het afsluitend examen wordt gedateerd op de dag waarop de examencommissie heeft vastgesteld dat je het afsluitend examen hebt gehaald. Dit is het moment van afstuderen. De examencommissie geeft het getuigschrift pas af nadat de academiedirecteur heeft gecontroleerd dat je aan al je (financiële) verplichtingen hebt voldaan.

lid 5  

Het getuigschrift wordt aangevuld met een Diplomasupplement waarvan hieronder een model is opgenomen.

Diploma Supplement 

The purpose of the Diploma Supplement is to provide sufficient independent data to improve the international ‘transparency’ and fair academic and professional recognition of qualifications (diplomas, degrees, certificates etc.). It is designed to provide a description of the nature, level, context, content and status of the studies that were
pursued and successfully completed by the individual named on the original qualification to which this supplement is appended. It is free from any value judgements, equivalence statements or suggestions about recognition. This Diploma Supplement model was developed by the European Commission, Council of Europe and UNESCO.

1. Information identifying the holder of the qualification 

1.1  Last name(s) 
1.2  First name(s) 
1.3  Date of birth (dd/mm/yyyy) 
1.4  Student identification number or code (if available)
 

2. Information identifying the qualification 

2.1  Name of qualification and (if applicable) title conferred (in original language) 
2.2  Main field(s) of study for the qualification 
2.3  Name and status of awarding institution (in original language) 
2.4  Name and status of institution (if different from 2.3) administering studies (in original language): 
2.5  Language(s) of instruction/examination 
 

3. Information on the level and duration of the qualification 

3.1  Level of the qualification 
3.2  Official duration of programme in credits and/or years 
3.3  Access requirement(s) 
 

4. Information on the programme completed and the results obtained 

4.1  Mode of study 
4.2  Programme learning outcomes 
4.3  Programme details, individual credits gained and grades/marks obtained 
4.4  Grading system and, if available, grade distribution table 
4.5  Overall classification of the qualification (in original language) 
 

5. Information on the function of the qualification 

5.1  Access to further study 
5.2  Access to a regulated profession (if applicable) 

6. Additional information 

6.1  Additional information 
6.2  Further information sources 
 

7. Certification of the supplement 

7.1  Date
7.2  Signature 
7.3  Capacity
7.4  Official stamp or seal 
 

8. Information on the national higher education system 

lid 6  

Als je het propedeutisch examen hebt gehaald verstrekt de examencommissie een bewijsstuk hiervan. Hierop staat ten minste: de naam van de opleiding (zoals vermeld in het RIO), de examenonderdelen en de datum van de laatste accreditatie van de opleiding of toets nieuwe opleiding. Het bewijsstuk is minimaal ondertekend door de academiedirecteur en de voorzitter van de examencommissie.

lid 7  

Het propedeutisch getuigschrift wordt gedateerd op de dag waarop de examencommissie heeft vastgesteld dat je het propedeutisch examen hebt gehaald. Deze dag wordt vermeld op het propedeutisch getuigschrift. De examencommissie geeft het getuigschrift pas af nadat de academiedirecteur heeft gecontroleerd dat je aan al je (financiële) verplichtingen hebt voldaan.

7.3  Kwalificaties

lid 1

Op het afsluitend getuigschrift wordt 'cum laude' vermeld als je in de post-propedeutische fase: 

  • een gewogen onafgerond gemiddelde van minimaal 7,5 voor het geheel aan onderwijseenheden hebt behaald en voor geen enkele toets een cijfer lager dan 7,0.
  • voor het eindwerk een (gewogen gemiddeld) cijfer hebt behaald van ten minste een 8,0
  • maximaal één 2e toetskans hebt gebruikt, anders dan door middel van de procedure rondom persoonlijke- en bijzondere omstandigheden

lid 2  

Als je voor 1 september 2024 bent begonnen aan je opleiding, en voldoet 
aan de eisen voor cum laude zoals vermeld in de OER 2023-2024 dan hanteert
de examencommissie op jouw verzoek deze regelgeving. 

lid 3  

Jouw opleiding heeft daarnaast de mogelijkheid om je een bijzondere kwalificatie te verstrekken, jouw opleiding maakt geen gebruik van deze mogelijkheid.

7.4  Bewaring toetsing- en examenwerkstukken

lid 1  

Schriftelijke toetsen en/of andere bewijsstukken worden minimaal 60 werkdagen bewaard nadat de examencommissie of examinator de beoordeling heeft vastgesteld.

lid 2  

De opleiding is verantwoordelijk voor het bewaren van de eindwerken. Hoe het eindwerk wordt bewaard, hangt af van wat voor eindwerk het is.

lid 3  

Het bewijs dat je de toetsing van een onderwijseenheid hebt gehaald wordt 10 jaar bewaard.

lid 4  

De opleiding bewaart de eindwerken minimaal zeven jaar vanwege het accreditatieproces. Daarna worden ze vernietigd of op jouw verzoek aan jou teruggegeven.

lid 5  

De academiedirecteur bewaart minimaal 50 jaar de bewijsstukken voor het geven van een getuigschrift en het getuigschrift zelf. Dit zijn in ieder geval: jouw persoonsgegevens; de opleiding; de datum waarop je het propedeutisch examen hebt gehaald en de datum waarop je het afsluitend examen hebt gehaald.

lid 6  

De academiedirecteur bewaart minimaal 10 jaar de bewijsstukken voor het geven van een verklaring zoals in het artikel verklaring beschreven. Dit zijn jouw persoonsgegevens; de opleiding en jouw inschrijvingsperiode; een overzicht van de onderwijseenheden en bijhorende toetsing die je hebt gehaald.

7.5  Verklaring

Je kunt een schriftelijke verklaring vragen aan de examencommissie als je meerdere onderwijseenheden hebt gehaald, maar geen getuigschrift kunt krijgen. In de verklaring staan de onderwijseenheden en studiepunten die je hebt behaald. De examencommissie geeft je dan deze verklaring. In het artikel examencommissie, taken en bevoegdheden lees je hoe je de examencommissie kunt bereiken.

Begrippenlijst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Academie
Een organisatie-eenheid binnen Zuyd Hogeschool, waarin één of meerdere teams van medewerkers samenwerken aan één of meerdere verwante opleidingen, zoals bedoeld in art. 10.31 WHW.

Academieraad
De Academieraad is een orgaan voor medezeggenschap op het niveau van de academie. Het bestaat uit evenveel studenten als docenten. De Academieraad heeft ook de taken en bevoegdheden van de opleidingscommissie. Zie het Medezeggenschapregelement Zuyd Hogeschool voor meer informatie. [Art. 10.25 WHW]

Afstudeerrichting
Een door de academiedirecteur vastgestelde leerroute bestaande uit een samenhangend geheel van postpropedeutische onderwijseenheden. De afstudeerrichting wordt vermeld op het getuigschrift. 

Assessment
Een beoordelingsinstrument of een set beoordelingsinstrumenten voor de toetsing van competenties c.q. gestandaardiseerde procedures die het mogelijk maken competenties vast te stellen.

Associate degree-opleiding (Ad)
Een hbo-opleiding waaraan de graad ‘Associate Degree’ is verbonden. De student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd, ontvangt deze graad. Aan de graad wordt voor iedere opleiding een toevoeging gehanteerd die door het College van Bestuur is vastgelegd. [Art. 7.3 en 7.3-a WHW]

Bacheloropleiding
Een hbo-opleiding waaraan de graad 'bachelor' is verbonden. De student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd, ontvangt deze graad. Aan de graad wordt voor iedere opleiding een toevoeging gehanteerd die door het College van Bestuur is vastgelegd. [Art. 7.3 en 7.3-a WHW]

Blokperiode
Een blokperiode is één van de vier termijnen die een studiejaar omvat. Deze perioden hebben een vergelijkbare studielast. Voorafgaande aan een studiejaar worden de dagen waarop de onderscheiden blokperioden starten door het College van Bestuur vastgelegd.

Centrale Medezeggenschapsraad
De Centrale Medezeggenschapsraad. In deze raad hebben medewerkers en studenten van Zuyd in gelijke geleding zitting. De Centrale Medezeggenschapsraad heeft informatie- en initiatiefrecht en advies- en instemmingsbevoegdheid bij de besluitvorming van het College van Bestuur. Voor meer informatie zie het "Reglement voor de Centrale Medezeggenschapsraad van Zuyd Hogeschool". [Art. 10.17 WHW].

College van Beroep voor de Examens
Het College van Beroep voor de Examens (CBE) is een officieel beroepsorgaan bij Zuyd Hogeschool. Je kunt bij dit college terecht als je het niet eens bent met een bepaalde beslissing die genomen is door de examencommissie, een examinator, een directeur of een opleidingsmanager. Meer informatie staat in de Regeling College van Beroep voor de Examens, Zuyd Hogeschool. [Art. 7.60-63 WHW]

College van Bestuur
Het College van Bestuur (CvB) is belast met het dagelijks bestuur van de hogeschool en is integraal eindverantwoordelijk. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Bestuurs- en beheersreglement Zuyd Hogeschool en de statuten. [Art. 10.2 WHW]

Contactuur
Een ingeroosterd uur waarin er sprake is van feitelijk contact tussen een student of een groep van studenten en één of meer docenten. Daarnaast kan het ook betrekking hebben op de uren die op basis van afspraken tussen student(en) en docent(en) tot stand komen als in de OER is vastgelegd dat deze mogelijkheid er is. Onder een uur wordt hier een klokuur verstaan.

Deeltijdopleiding
Een opleiding die zodanig is ingericht dat de student naast het verrichten van onderwijsactiviteiten ook andere werkzaamheden kan verrichten. Deze werkzaamheden kunnen als onderwijseenheden worden aangemerkt onder door het instellingsbestuur te stellen eisen. [artikel 7.27, WHW]. 

Diplomasupplement
Een gestandaardiseerde bijlage met relevante gegevens over de studieloopbaan die toegevoegd is aan het getuigschrift/diploma. De bijlage is gebaseerd op het model dat door de Europese Commissie is vastgesteld.

Directeur
De directeur van een of meerdere academies binnen Zuyd als bedoeld in artikel 10.3b lid 3 WHW of van een of meerdere diensten als bedoeld in artikel 10.3a WHW.

Duale opleiding
Opleiding die zodanig is ingericht dat het volgen van onderwijs gedurende één of meer perioden wordt afgewisseld met beroepsuitoefening in verband met dat onderwijs. De opleiding bestaat dan uit een onderwijs- en een werkdeel. Het werkdeel is onderdeel van het onderwijsprogramma van de opleiding en kan dus studiepunten opleveren. [Art. 7.7 WHW]

Eindwerk
Een bewijs of product dat aantoont dat de student één of meer eindkwalificaties heeft gerealiseerd. Het kan hier om scripties, stageverslagen, kunstwerken, voorstellingen etc. gaan. Als alle eindwerken voldoende zijn beoordeeld heeft een student aangetoond dat het eindniveau is gerealiseerd. Een eindwerk is altijd een onderwijseenheid.

Ervaringscertificaat
Het certificaat waarin wordt vermeld welke competenties iemand heeft aangetoond, gemeten aan de hand van een specifieke landelijk erkende standaard, wat het niveau van die competenties is en waarmee die competenties zijn aangetoond.

Examen
Dit is de afsluiting van een opleiding of een deel daarvan. Bij bacheloropleidingen is er een propedeuse- en een afsluitend examen. Master- en Associate degree opleidingen kennen alleen een afsluitend examen. "Examen" is een formele term in het hoger onderwijs en dient niet verward te worden met "tentamen" of "toets" [art. 7.8 en 7.10 WHW].

Examencommissie
De examencommissie is het orgaan dat borgt dat degene die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden zoals vastgelegd in de OER. De examencommissie stelt vast of het examen is gehaald, door te onderzoeken of alle bijbehorende onderwijseenheden zijn behaald. [Art. 7.8, 7.10 WHW en 7.12 WHW]. Er is een examencommissie per opleiding of groep van opleidingen. In geval van vastgestelde fraude tijdens de toetsing van een minor of keuzeonderwijs vindt besluitvorming plaats door een gecombineerde examencommissie. Deze gecombineerde examencommissie bestaat uit een afvaardiging van de examencommissie van de opleiding waar de student is ingeschreven en een afvaardiging vat de examencommissie van de opleiding die de minor of het keuzeonderwijs aanbiedt. 

Examinator
Een door de examencommissie aangewezen persoon die toetsing afneemt en de uitslag daarvan vaststelt. [Art. 7.12c WHW]. Deze examinator wordt aangewezen conform de procedure in het Handboek voor Examencommissies.

Externe opdracht
Een verzoek van een andere rechtspersoon dan Zuyd Hogeschool aan een of meer opleidingen van de hogeschool gericht op de uitvoering van een opdracht door een student of groep studenten. De academiedirecteur beschikt over een bindende aanwijsbevoegdheid voor de uitvoering van deze opdracht, met inachtneming van de bevoegdheden van de examencommissie.

Extra kans
Een extra toetskans die toegewezen kan worden aan een student buiten de regulier geplande toetsing.

Geschillenadviescommissie
De Geschillenadviescommissie is een officieel bezwaarorgaan binnen Zuyd Hogeschool. Bij de Geschillenadviescommissie kun je bezwaar maken tegen een besluit van een directeur, de opleidingsmanager of het College van Bestuur, bijvoorbeeld over je inschrijving, het college- of cursusgeld of het verlenen van een graad. Voor meer informatie zie de "Regeling Geschillenadviescommmissie Zuyd Hogeschool". [Art. 7.63-A WHW]

Getuigschrift
Het door een examencommissie afgegeven bewijsstuk, dat het propedeutisch examen of het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg is afgelegd. [Art. 7.11 WHW]

Gewogen gemiddelde (opleiding)
Het gewogen gemiddelde van de opleiding bestaat uit de som van de eindresultaten van onderwijseenheden, steeds vermenigvuldigd met het aantal studiepunten gedeeld door het totaal aantal studiepunten van de opleiding (( eindresultaat * studiepunten) / totaal aantal studiepunten ). Het gewogen gemiddelde wordt bij een Bacheloropleiding apart berekend voor de propedeutische en post-propedeutische fase.

Inzage
Het inzien van de beoordeling van een toets en het kennis nemen van de wijze waarop de beoordeling tot stand is gekomen, zoals bedoeld in Art. 7.13-2P WHW. Dit betreft niet een inzage zoals bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensverwerking.

Jaar van inschrijving
Het tijdvak vanaf dag van inschrijving voor een opleiding tot aan het einde van de twaalfmaandse periode waarin je onafgebroken staat ingeschreven. In de meeste gevallen zal dit van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgend jaar zijn. Je inschrijving kan echter ook op een ander moment starten, waardoor de einddatum ook anders zal zijn, maar wel steeds op het einde van de twaalf maanden die volgen op de datum van inschrijving.

Learning agreement
Overeenkomst tussen student en examencommissie waarin afspraken over diens buitenlandse leeractiviteiten worden vastgelegd door de betrokken onderwijsinstellingen én conform de richtlijnen van het ECTS-systeem.

Leerroute
De onderwijseenheden waarin je toetsing wenst af te leggen om de competenties behorend bij de opleiding te verwerven. Soms ligt de volgorde van de onderwijsroute (deels) vast, maar dat hoeft niet (zoals bij een flexibele leerroute). Als je een van deze OER afwijkende leerroute wil volgen, is toestemming van de examencommissie noodzakelijk.

Leerwerkovereenkomst
Overeenkomst tussen een student en directeur van de opleiding waarvoor deze staat ingeschreven en de organisatie waar deze student het praktijkdeel van de opleiding doorloopt. De leerwerkovereenkomst bevat concrete bepalingen over de externe leeractiviteiten binnen de leerroute van de student en heeft een vooraf overeengekomen duur.

Loket Rechtsbescherming
Dit loket is een faciliteit zoals bedoeld in artikel 7.59a WHW. Bij dit loket kun je laagdrempelig een beroep, bezwaar of klacht indienen tegen bepaalde schriftelijke beslissingen van een persoon of orgaan van Zuyd, zoals beschreven in artikel 5.3.

Major
De kern van onderwijseenheden van een opleiding, waarin alle studenten onderwijseenheden moeten volgen om de competenties te bezitten die nodig zijn voor het behalen van een getuigschrift.

Masteropleiding
Een hbo-opleiding waaraan de graad 'master' is verbonden. De student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd, ontvangt deze graad. Aan de graad wordt voor iedere opleiding een toevoeging gehanteerd die door het College van Bestuur is vastgelegd. [Art. 7.3 en 7.3-b WHW]

Minor
Keuzeonderdeel van 15 studiepunten. Zie ook Zuyd-minor.

Onderwijseenheid
Een deel van een opleiding waar altijd één tentamen aan gekoppeld is. Omgedraaid heeft één tentamen ook altijd betrekking op één onderwijseenheid. In een onderwijseenheid kunnen meerdere onderwijsactiviteiten plaatsvinden. Ook is er altijd een studielast gekoppeld aan een onderwijseenheid die uitgedrukt wordt in studiepunten ('EC'). Een onderwijseenheid kan betrekking hebben op een praktische oefening. Bij Zuyd hogeschool wordt het aantal studiepunten voor een onderwijseenheid altijd uitgedrukt in gehele getallen. Een onderwijseenheid staat in Osiris gelijk aan het begrip 'cursus'.

Onderwijsinstelling
Een instelling voor hoger onderwijs zoals bedoeld in de WHW Artikel 1.1g

Opleiding
Een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op verwezenlijking van welomschreven doelstellingen ter zake van kennis, inzicht, vaardigheden en houding, waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken [Art. 7.3 WHW]. Opleidingen zijn voltijds, deeltijds of duaal ingericht. In een OER wordt met 'opleiding' altijd een in het Registratie Instellingen en Opleidingen opgenomen opleiding bedoeld.

Opleidingscommissie 
Conform de Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek moet voor elke opleiding of groep van opleidingen een opleidingscommissie ingesteld worden, bestaande uit studenten en docenten. Deze commissie heeft tot taak te adviseren over het bevorderen en waarborgen van de kwaliteit van de opleiding. De opleidingscommissie heeft adviesrecht en instemmingsrecht op verschillende onderwijsgerelateerde onderwerpen, waaronder de OER. Bij Zuyd Hogeschool zijn er geen aparte opleidingscommissies, maar maken deze integraal deel uit van de academieraden. [Art.9.18 WHW]

Postpropedeutische fase
De fase van de bacheloropleiding die volgt op de propedeutische fase en die wordt afgesloten met een afsluitend examen. Associate Degree- en masteropleidingen kennen geen indeling in een propedeutische en postpropedeutische fase.

Praktische oefening
Dit is een oefening die gericht is op het verwerven van praktische beroepsvaardigheden. Het is altijd een ingeroosterde onderwijsactiviteit die alleen onder begeleiding van één of meerdere docenten kan plaatsvinden. Het beoogde leereffect van een praktische oefening kan alleen bereikt worden als een student deelneemt aan de onderwijsactiviteit en moet tijdens de bijeenkomst(en) worden waargemaakt.

Profileringsruimte
De tot maximaal 120 studiepunten beperkte ruimte van de leerroute van een student die naar eigen inzicht kan worden ingevuld met een of meer Zuyd-minoren, een of meer andere minoren of keuze-onderwijs, waaronder ook projecten, van de eigen opleiding. 

Propedeutische fase
De eerste fase van een bacheloropleiding die wordt afgesloten met het propedeutisch examen. Het behalen van het propedeutisch examen kan voorwaardelijk zijn voor toelating tot de postpropedeutische fase. De propedeutische fase omvat altijd de eerste 60 studiepunten van de opleiding. Ze is zodanig ingericht dat studenten inzicht krijgen in de inhoud van de bacheloropleiding.

Raadkanscorrectie
Een correctie die wordt gebruikt om de invloed van gokken op de toetsscore van een student te verminderen en een betrouwbare indicatie te krijgen van de mate van beheersing van de stof. Dit wordt meestal gebruikt bij meerkeuzevragen, waarbij je soms een antwoord kunt raden als je het antwoord niet weet.

Regeling Onderwijsbevoegdheden
De Regeling Onderwijsbevoegdheden beschrijft de verdeling van onderwijsbevoegdheden - inzake de uitvoering van het onderwijs - tussen de verschillende functionarissen binnen de academies, domeinen en op centraal niveau. Denk hierbij aan het vaststellen van de OER, het toekennen van vrijstellingen en het uitreiken van getuigschriften. 

Registratie Instellingen en Opleidingen
Centraal register waarin alle opleidingen zijn vermeld, die een getuigschrift hbo-onderwijs plus daarbij behorende graad opleveren aan afgestudeerden. [Art. 6.13 WHW]

Stage
Een onderdeel van de opleiding waarin de student op (bedrijfs)locatie de praktijk leert. De theorie die bij de opleiding wordt geleerd wordt in praktijk gebracht. De stage wordt geformaliseerd door het ondertekenen van een stageovereenkomst tussen student, bedrijf/instelling en Zuyd voorafgaand aan de stage.

Studentbegeleider
De medewerker die de studievoortgang van de student bewaakt en de student hierin ondersteunt en begeleidt.

Studentendecaan
De medewerker die aan studenten raad geeft en hen voorlicht in studie- en studentaangelegenheden. Ook begeleidt en bemiddelt de studentendecaan bij persoonlijke problemen van materiële en immateriële aard.

Studieadvies
Het advies over het al dan niet voortzetten van de studie. Bij een voltijds bacheloropleiding wordt dit advies in het eerste jaar van de propedeutische fase aan de student gegeven. Bij een voltijds associate degree opleiding wordt het advies aan het einde van het eerste jaar van inschrijving gegeven. Bij deeltijd en duale opleidingen wordt het advies aan het einde van het programma dat bij de eerste 60 studiepunten van de opleiding hoort gegeven. Dat kan ook na het eerste jaar van inschrijving zijn. Master opleidingen kennen geen studieadvies.

Studiejaar
Het tijdvak dat begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar. [Art. 1.1 WHW]

Studielast
Het genormeerde gemiddelde tijdsbeslag voor studenten van elke opleiding en van elke onderwijseenheid uitgedrukt in hele studiepunten. De studielast van onderwijseenheden is vastgelegd in de OER. [Art. 7.4 WHW].

Studieplan
Een route van onderwijseenheden, die een student overeenkomt met de studentbegeleider. Deze route kan wat volgorde betreft afwijken van het reguliere programma.

Studiepunt
Een eenheid die gemiddeld 28 uren studielast representeert. Deze studielast heeft niet alleen betrekking op de contacttijd, maar ook op (deels) onbegeleide studieactiviteiten zoals werken in een project of zelfstudie. Als je de toetsing van een onderwijseenheid hebt gehaald krijg je het aantal studiepunten dat volgens deze OER bij het desbetreffende studieonderdeel hoort. [Art 7.4 lid 1 WHW]

Toets
Een meting waarvan het cijfer bijdraagt aan het cijfer voor het onderwijseenheid waar het onderdeel van uitmaakt. In de OER is vastgelegd wat de wegingsfactor van elke toets is en binnen welke onderwijseenheid deze valt.

Tentamen
Een onderzoek naar kennis, inzicht, houding en vaardigheden van de kandidaat. Hieronder valt ook de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek. Aan elke onderwijseenheid is één tentamen verbonden. De resultaten van tentamens zijn in Osiris als ‘cursusresultaat’ zichtbaar. Een tentamen bestaat uit één of meerdere toetsen.

Verkorte variant
Een traject waarmee een student in minder dan 4 jaar, maar met een studielast van 240 studiepunten, de bachelorgraad van de opleiding kan halen. Een student die een verkorte variant doorloopt moet te allen tijde naar een regulier traject van 4 jaar kunnen overstappen.

Versnelde variant
Een traject waarmee een student met een studielast van 180 studiepunten, zonder dat daar vrijstellingen voor nodig zijn, de bachelorgraad van de opleiding kan halen. De versnelde variant is gericht op studenten met een VWO diploma. [Art. 7.9a WhW].

Voertaal
De taal van een opleiding, of van onderdelen van een opleiding, waarin het onderwijs wordt aangeboden, waarin de toetsing wordt afgenomen en waarin het onderwijsmateriaal wordt aangeboden.

Voorziening
Maatregel getroffen door een daartoe bevoegde medewerker of bevoegd orgaan van de hogeschool om de student in een dienst/service te voorzien met het doel de studievoortgang te ondersteunen of te begeleiden.

Vrijstelling
Gehele of gedeeltelijke ontheffing van de plicht tot het afleggen van toetsing om te voldoen aan inschrijvings- of toelatingsvoorwaarden en/of verkrijgen van studiepunten inzake het afleggen van het propedeutisch of afsluitend examen.

Werkdag
Werkdagen zijn de weekdagen maandag tot en met vrijdag. Een algemeen erkende feestdag of een door de overheid erkende nationale feestdag wordt niet als werkdag gezien.

WHW
De Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek [Staatsblad 1992 nr. 593], inclusief latere aanvullingen en wijzigingen.

Zuyd Minor
Minor van 15 studiepunten die als zodanig is benoemd en toegankelijk is voor de studenten van minimaal twee opleidingen.

Synoniemen

Daarnaast worden in deze regeling de volgende synoniemen voor hierboven genoemde begrippen gebruikt:

Academiedirecteur
Directeur

Beroepspraktijkvorming
Stage

CMR
Centrale Medezeggenschapsraad

CROHO
Registratie Instellingen en Opleidingen

Deelraad
Academieraad

Deeltentamen
Toets

EC
Studiepunt

ECTS Credit
Studiepunt

European Credit
Studiepunt

EVC
Ervaringscertificaat

Gokkanscorrectie
Raadkanscorrectie

Instellingsbestuur
College van Bestuur

Mentor
Studentbegeleider

OER
Onderwijs- en Examenregeling

Praktijkstage
Stage

RIO
Registratie Instellingen en Opleidingen

SLB’er
Studentbegeleider

Studieloopbaanbegeleider
Studentbegeleider