Leeswijzer
De Onderwijs- en Examenregeling (OER) begint met een begrippenlijst waarin de belangrijkste zaken die betrekking hebben op de onderwijs- en tentamenprogramma’s gedefinieerd worden.
Vervolgens bestaat de OER uit twee delen:
In Deel 1 staan regels die voortvloeien uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), het beleid van Zuyd Hogeschool en het beleid van de opleiding. Het gaat hierbij om regels over hoe het opleidingsprogramma in elkaar zit, regels voor tentamens en examens en wat je van de instelling mag verwachten rond deze zaken. Per hoofdstuk moeten deze regels antwoorden geven op de volgende vragen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen.
- Voor wie geldt de OER?
- Waarvoor kun je terecht bij de examencommissie en hoe kun je ze bereiken?
- Wat kun je doen als je een bezwaar of klacht hebt?
- Wat kun je doen als je in beroep wilt gaan tegen een besluit op basis van de OER?
Hoofdstuk 2 De opleiding.
- Waartoe word je opgeleid (opleidingsprofiel) en welke doelen horen daarbij?
- Waar kun je vinden of je toelaatbaar bent tot de opleiding?
- Welke varianten en afstudeerrichtingen heeft de opleiding?
- Welke taal wordt gehanteerd in de opleiding?
- Welke (extra) kosten zijn er verbonden aan de opleiding en wat zijn je rechten als je niet in staat bent om deze te betalen?
Hoofdstuk 3 Onderwijs.
- Wanneer starten de onderwijsactiviteiten?
- Welke regels gelden voor minoren, keuzeonderwijs en externe opdrachten?
- Wat kun je doen als je je propedeusediploma nog niet hebt gehaald, maar wel al aan de postpropedeutische fase wilt beginnen?
- Wat moet je doen als onderdelen uit een oud programma niet meer worden aangeboden, terwijl je de studiepunten daarvan nog niet hebt gehaald?
- Welke specifieke regels gelden er voor een eventuele duale- of deeltijdvariant?
Hoofdstuk 4 Inrichting tentamens en examens.
- Hoe vaak kun je een tentamen herkansen en wanneer heb je recht op een herkansing?
- Welke regels gelden als je tentamens wilt doen die niet bij je opleiding horen?
- Wat zijn praktische oefeningen en welke regels gelden daarbij?
- Wanneer geldt er aanwezigheidsplicht?
- Wanneer heb je een tentamen of examen gehaald en hoe komen beoordelingen tot stand?
- Wanneer kun je vrijstellingen krijgen en wat moet je daarvoor doen?
- Hoe worden de tentamens georganiseerd en wat zijn de regels voor inschrijving voor tentamens?
- Wat zijn je rechten met betrekking tot inzage van tentamens?
- Hoe zit het met de bewaring van tentamenresultaten?
- Wanneer heb je recht op bijzondere voorzieningen en wat moet je doen om die te krijgen?
- Wat zijn de regels met betrekking tot fraude en onregelmatigheden?
- Wanneer is er sprake van overmacht?
Hoofdstuk 5 Studievoortgang en persoonlijk studieadvies.
- Hoe wordt je studievoortgang bewaakt en hoe krijg je daar zicht op?
- Wat zijn de regels en normen voor het persoonlijk studieadvies?
Hoofdstuk 6 Getuigschriften en verklaring.
- Wanneer krijg je een getuigschrift of een verklaring?
- Wat staat er in een getuigschrift of verklaring?
- Wanneer krijg je een ‘cum laude’ vermelding op je getuigschrift?
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen-vaststelling & wijziging-evaluatie.
- Wat als je belang onevenredig wordt geschaad bij toepassing van de OER of als er onvoorziene omstandigheden optreden?
- Wat is er geregeld rond vaststelling, wijziging en evaluatie van de OER?
Deel 2 bevat het onderwijs-en tentamenprogramma. In hoofdstuk 1 van deel 2 wordt per variant en per afstudeerrichting en per blok alle informatie over de inrichting van het onderwijs en de tentamens verstrekt. Daarnaast bevat deel 2 informatie over het jaarrooster en de indeling in blokken, de tentamenregeling en studentbegeleiding.
Begrippenlijst
In deze regeling wordt verstaan onder:
Academie
Een organisatie-eenheid binnen Zuyd Hogeschool, waarin één of meerdere teams van medewerkers samenwerken aan één of meerdere verwante opleidingen, zoals bedoeld in art. 10.31 WHW.
Academieraad
De Academieraad is een medezeggenschapsraad op academieniveau en bestaat uit studenten en docenten in gelijke geledingen. De Academieraad voert ook de taken en bevoegdheden van de opleidingscommissie uit. Voor meer informatie zie het "Reglement voor de deelraden en dienstenraad van Zuyd Hogeschool" en de "Regeling Opleidingscommissies". [Art. 10.25 WHW]
Afstudeerrichting
Een door de academiedirecteur vastgestelde leerroute bestaande uit een samenhangend geheel van postpropedeutische onderwijseenheden. De afstudeerrichting wordt vermeld op het getuigschrift.
Assessment
Een beoordelingsinstrument of een set beoordelingsinstrumenten voor de toetsing van competenties c.q. gestandaardiseerde procedures die het mogelijk maken competenties vast te stellen.
Associate degree-opleiding (Ad)
Een hbo-opleiding waaraan de graad ‘Associate Degree’ is verbonden. De student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd, ontvangt deze graad. Aan de graad wordt voor iedere opleiding een toevoeging gehanteerd die door het College van Bestuur is vastgelegd. [Art. 7.3 en 7.3-a WHW]
Bacheloropleiding
Een hbo-opleiding waaraan de graad 'bachelor' is verbonden. De student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd, ontvangt deze graad. Aan de graad wordt voor iedere opleiding een toevoeging gehanteerd die door het College van Bestuur is vastgelegd. [Art. 7.3 en 7.3-a WHW]
Blokperiode
Een blokperiode is één van de vier termijnen die een studiejaar omvat. Deze perioden hebben een vergelijkbare studielast. Voorafgaande aan een studiejaar worden de dagen waarop de onderscheiden blokperioden starten door het College van Bestuur vastgelegd.
CMR
De Centrale Medezeggenschapsraad. In deze raad hebben medewerkers en studenten van Zuyd in gelijke geleding zitting. De CMR heeft informatie- en initiatiefrecht en advies- en instemmingsbevoegdheid bij de besluitvorming van het College van Bestuur. Voor meer informatie zie het "Reglement voor de Centrale Medezeggenschapsraad van Zuyd Hogeschool". [Art. 10.17 WHW].
College van Beroep voor de Examens
Het College van Beroep voor de Examens (CBE) is een officieel beroepsorgaan bij Zuyd Hogeschool. Je kunt bij dit college terecht als je het niet eens bent met een bepaalde beslissing die genomen is door de examencommissie, een examinator, een directeur of een opleidingsmanager. Meer informatie staat in de Regeling college van beroep voor de examens, Zuyd Hogeschool. [Art. 7.60-63 WHW]
College van Bestuur
Het College van Bestuur (CvB) is belast met het dagelijks bestuur van de hogeschool en is integraal eindverantwoordelijk. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Bestuurs- en beheersreglement Zuyd Hogeschool en de statuten. [Art. 10.2 WHW]
Contactuur
Een ingeroosterd uur waarin er sprake is van feitelijk contact tussen een student of een groep van studenten en één of meer docenten. Daarnaast kan het ook betrekking hebben op de uren die op basis van afspraken tussen student(en) en docent(en) tot stand komen als in de OER is vastgelegd dat deze mogelijkheid er is. Onder een uur wordt hier een klokuur verstaan.
CROHO
Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs waarin alle opleidingen zijn vermeld, die een getuigschrift hbo-onderwijs plus daarbij behorende graad opleveren aan afgestudeerden. [Art. 6.13 WHW]
Deeltentamen
Een meting waarvan het cijfer bijdraagt aan het cijfer voor het tentamen waar het onderdeel van uitmaakt. In de OER is vastgelegd wat de wegingsfactor van elk deeltentamen is. In Osiris worden deeltentamens ‘toets’ genoemd.
Deeltijdopleiding
Een opleiding die zodanig is ingericht dat de student naast het verrichten van onderwijsactiviteiten ook andere werkzaamheden kan verrichten. Deze werkzaamheden kunnen als onderwijseenheden worden aangemerkt onder door het instellingsbestuur te stellen eisen. [artikel 7.27, WHW].
Diplomasupplement
Een gestandaardiseerde bijlage met relevante gegevens over de studieloopbaan die toegevoegd is aan het getuigschrift/diploma. De bijlage is gebaseerd op het model dat door de Europese Commissie is vastgesteld.
Directeur
De directeur van een of meerdere academies binnen Zuyd als bedoeld in artikel 10.3b lid 3 WHW of van een of meerdere diensten als bedoeld in artikel 10.3a WHW.
Duale opleiding
Opleiding die zodanig is ingericht dat het volgen van onderwijs gedurende één of meer perioden wordt afgewisseld met beroepsuitoefening in verband met dat onderwijs. De opleiding bestaat dan uit een onderwijs- en een werkdeel. Het werkdeel is onderdeel van het onderwijsprogramma van de opleiding en kan dus studiepunten opleveren. [Art. 7.7 WHW]
EC
European Credit, een eenheid die gemiddeld 28 uren studielast representeert. Deze studielast heeft niet alleen betrekking op de contacttijd, maar ook op (deels) onbegeleide studieactiviteiten zoals werken in een project of zelfstudie. Als je een tentamen hebt gehaald krijg je het aantal EC dat volgens deel 2 van deze OER bij het desbetreffende studieonderdeel hoort. [Art 7.4 lid 1 WHW]
Eindwerk
Een bewijs of product dat aantoont dat de student één of meer eindkwalificaties heeft gerealiseerd. Het kan hier om scripties, stageverslagen, kunstwerken, voorstellingen etc. gaan. Als alle eindwerken voldoende zijn beoordeeld heeft een student aangetoond dat hij het eindniveau heeft gerealiseerd. Een eindwerk is altijd een onderwijseenheid.
Ervaringscertificaat
Het certificaat waarin wordt vermeld welke competenties iemand heeft aangetoond, gemeten aan de hand van een specifieke landelijk erkende standaard, wat het niveau van die competenties is en waarmee die competenties zijn aangetoond.
Examen
Dit is de afsluiting van een opleiding of een deel daarvan. Bij bacheloropleidingen is er een propedeuse- en een afsluitend examen. Master- en Associate degree opleidingen kennen alleen een afsluitend examen. "Examen" is een formele term in het hoger onderwijs en dient niet verward te worden met "tentamen" of "toets" [art. 7.8 en 7.10 WHW].
Examencommissie
De examencommissie is het orgaan dat borgt dat degene die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden zoals vastgelegd in de OER. De examencommissie stelt vast of het examen is gehaald, door te onderzoeken of alle bijbehorende tentamens zijn gehaald. [Art. 7.8, 7.10 WHW en 7.12 WHW]. Er is een examencommissie per opleiding of groep van opleidingen.
Examinator
Een door de examencommissie aangewezen persoon die tentamens afneemt en de uitslag daarvan vaststelt. [Art. 7.12c WHW]. Deze examinator wordt aangewezen conform de procedure in het Handboek voor Examencommissies.
Externe opdracht
Een verzoek van een andere rechtspersoon dan Zuyd Hogeschool aan een of meer opleidingen van de hogeschool gericht op de uitvoering van een opdracht door een student of groep studenten. De academiedirecteur beschikt over een bindende aanwijsbevoegdheid voor de uitvoering van deze opdracht, met inachtneming van de bevoegdheden van de examencommissie.
Extra kans
Een kans op een extra tentamen die toegewezen kan worden aan een student buiten de regulier geplande tentamens/hertentamens.
Geschillenadviescommissie
De Geschillenadviescommissie is een officieel bezwaarorgaan binnen Zuyd Hogeschool. Bij de Geschillenadviescommissie kun je bezwaar maken tegen een besluit van een directeur, de opleidingsmanager of het College van Bestuur, bijvoorbeeld over je inschrijving, het college- of cursusgeld of het verlenen van een graad. Voor meer informatie zie de "Regeling Geschillenadviescommmissie Zuyd Hogeschool". [Art. 7.63-A WHW]
Getuigschrift
Het door een examencommissie afgegeven bewijsstuk, dat het propedeutisch examen of het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg is afgelegd. [Art. 7.11 WHW]
Jaar van inschrijving
Het tijdvak vanaf dag van inschrijving voor een opleiding tot aan het einde van de twaalfmaandse periode waarin je onafgebroken staat ingeschreven. In de meeste gevallen zal dit van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgend jaar zijn. Je inschrijving kan echter ook op een ander moment starten, waardoor de einddatum ook anders zal zijn, maar wel steeds op het einde van de twaalf maanden die volgen op de datum van inschrijving.
Keuze-onderwijs
De verzameling onderwijseenheden van een opleiding, die voor de student de mogelijkheden biedt om eigen competentie-accenten te kiezen in zijn opleiding.
Learning agreement
Overeenkomst tussen student en examencommissie waarin afspraken over diens buitenlandse leeractiviteiten worden vastgelegd door de betrokken onderwijsinstellingen én conform de richtlijnen van het ECTS-systeem.
Leerroute
De onderwijseenheden waarin je tentamens wenst af te leggen om de competenties behorend bij de opleiding te verwerven. Soms ligt de volgorde van de onderwijsroute (deels) vast, maar dat hoeft niet (zoals bij een flexibele leerroute). Als je een van deze OER afwijkende leerroute wil volgen, is toestemming van de examencommissie noodzakelijk.
Leerwerkovereenkomst
Overeenkomst tussen een student en directeur van de opleiding waarvoor hij staat ingeschreven en de organisatie waar deze student het praktijkdeel van de opleiding doorloopt. De leerwerkovereenkomst bevat concrete bepalingen over de externe leeractiviteiten binnen de leerroute van de student en heeft een vooraf overeengekomen duur.
Loket Rechtsbescherming
Dit loket zorgt voor de afhandeling van klachten, bezwaar of een beroep.
Major
De kern van onderwijseenheden van een opleiding, waarin alle studenten tentamens moeten afleggen om de competenties te bezitten die nodig zijn voor het behalen van een getuigschrift.
Masteropleiding
Een hbo-opleiding waaraan de graad 'master' is verbonden. De student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd, ontvangt deze graad. Aan de graad wordt voor iedere opleiding een toevoeging gehanteerd die door het College van Bestuur is vastgelegd. [Art. 7.3 en 7.3-b WHW]
Minor
Keuzeonderdeel van 15 EC. Zie ook Zuyd-minor.
Onderwijseenheid
Een deel van een opleiding waar altijd één tentamen aan gekoppeld is. Omgedraaid heeft één tentamen ook altijd betrekking op één onderwijseenheid. In een onderwijseenheid kunnen meerdere onderwijsactiviteiten plaatsvinden. Ook is er altijd een studielast gekoppeld aan een onderwijseenheid die uitgedrukt wordt in 'EC'. Een onderwijseenheid kan betrekking hebben op een praktische oefening. Bij Zuyd hogeschool wordt het aantal EC voor een onderwijseenheid altijd uitgedrukt in gehele getallen. Een onderwijseenheid staat in Osiris gelijk aan het begrip 'cursus'.
Onderwijsinstelling
Een instelling voor hoger onderwijs zoals bedoeld in de WHW Artikel 1.1g
Opleiding
Een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op verwezenlijking van welomschreven doelstellingen ter zake van kennis, inzicht, vaardigheden en houding, waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken [Art. 7.3 WHW]. Opleidingen zijn voltijds, deeltijds of duaal ingericht. In een OER wordt met 'opleiding' altijd een in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO) opgenomen opleiding bedoeld.
Opleidingscommissie
Conform de Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek moet voor elke opleiding of groep van opleidingen een opleidingscommissie ingesteld worden, bestaande uit studenten en docenten. Deze commissie heeft tot taak te adviseren over het bevorderen en waarborgen van de kwaliteit van de opleiding. De opleidingscommissie heeft adviesrecht en instemmingsrecht op verschillende onderwijsgerelateerde onderwerpen, waaronder de OER. Bij Zuyd Hogeschool zijn er geen aparte opleidingscommissies, maar maken deze integraal deel uit van de academieraden. [Art.9.18 WHW]
Postpropedeutische fase
De fase van de bacheloropleiding die volgt op de propedeutische fase en die wordt afgesloten met een afsluitend examen. Associate Degree- en masteropleidingen kennen geen indeling in een propedeutische en postpropedeutische fase.
Praktische oefening
Dit is een oefening die gericht is op het verwerven van praktische beroepsvaardigheden. Het is altijd een ingeroosterde onderwijsactiviteit die alleen onder begeleiding van één of meerdere docenten kan plaatsvinden. Het beoogde leereffect van een praktische oefening kan alleen bereikt worden als een student deelneemt aan de onderwijsactiviteit en moet tijdens de bijeenkomst(en) worden waargemaakt. Daarom kan aanwezigheid voorwaardelijk gesteld worden om deel te nemen aan het bijbehorende (deel)tentamen.
Profileringsruimte
De tot maximaal 120 EC's beperkte ruimte van de leerroute van een student die naar eigen inzicht kan worden ingevuld met een of meer Zuyd-minoren, een of meer andere minoren of keuze-onderwijs, waaronder ook projecten, van de eigen opleiding. Een opleiding bestaat uit een major plus profileringsruimte.
Propedeutische fase
De eerste fase van een bacheloropleiding die wordt afgesloten met het propedeutisch examen. Het behalen van het propedeutisch examen kan voorwaardelijk zijn voor toelating tot de postpropedeutische fase. De propedeutische fase omvat altijd de eerste 60 EC van de opleiding. Ze is zodanig ingericht dat studenten inzicht krijgen in de inhoud van de bacheloropleiding.
Regeling Onderwijsbevoegdheden
De Regeling Onderwijsbevoegdheden beschrijft de verdeling van onderwijsbevoegdheden - inzake de uitvoering van het onderwijs - tussen de verschillende functionarissen binnen de academies, domeinen en op centraal niveau. Denk hierbij aan het vaststellen van de OER, het toekennen van vrijstellingen en het uitreiken van getuigschriften.
Studentbegeleider
De medewerker die de studievoortgang van de student bewaakt en de student hierin ondersteunt en begeleidt.
Studentendecaan
De medewerker die aan studenten raad geeft en hen voorlicht in studie- en studentaangelegenheden. Ook begeleidt en bemiddelt de studentendecaan bij persoonlijke problemen van materiële en immateriële aard.
Studieadvies
Het advies over het al dan niet voortzetten van de studie. Bij een voltijds bacheloropleiding wordt dit advies in het eerste jaar van de propedeutische fase aan de student gegeven. Bij een voltijds associate degree opleiding wordt het advies aan het einde van het eerste jaar van inschrijving gegeven. Bij deeltijd en duale opleidingen wordt het advies aan het einde van het programma dat bij de eerste 60 EC van de opleiding hoort gegeven. Dat kan ook na het eerste jaar van inschrijving zijn. Master opleidingen kennen geen studieadvies.
Studiejaar
Het tijdvak dat begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar. [Art. 1.1 WHW]
Studielast
Het genormeerde gemiddelde tijdsbeslag voor studenten van elke opleiding en van elke onderwijseenheid uitgedrukt in hele EC’s. De studielast van onderwijseenheden is vastgelegd in de OER. [Art. 7.4 WHW].
Studieplan
Een route van onderwijseenheden, die een student overeenkomt met zijn studentbegeleider om het afsluitend examen af te leggen. Deze route kan wat volgorde betreft afwijken van het reguliere programma.
Tentamen
Een onderzoek naar kennis, inzicht, houding en vaardigheden van de kandidaat. Hieronder valt ook de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek. Aan elke onderwijseenheid is één tentamen verbonden. De resultaten van tentamens zijn in Osiris als ‘cursusresultaat’ zichtbaar. Een tentamen kan uit meerdere deeltentamens ('toetsen' in Osiris) bestaan.
Verkorte variant
Een traject waarmee een student in minder dan 4 jaar, maar met een studielast van 240 EC, de bachelorgraad van de opleiding kan halen. Een student die een verkorte variant doorloopt moet te allen tijde naar een regulier traject van 4 jaar kunnen overstappen.
Versnelde variant
Een traject waarmee een student met een studielast van 180 EC, zonder dat daar vrijstellingen voor nodig zijn, de bachelorgraad van de opleiding kan halen. De versnelde variant is gericht op studenten met een VWO diploma. [Art. 7.9a WhW].
Voertaal
De taal van een opleiding, of van onderdelen van een opleiding, waarin het onderwijs wordt aangeboden, waarin het tentamen of examen wordt afgenomen en waarin het onderwijsmateriaal wordt aangeboden.
Voorziening
Maatregel getroffen door een daartoe bevoegde medewerker of bevoegd orgaan van de hogeschool om de student in een dienst/service te voorzien met het doel de studievoortgang te ondersteunen of te begeleiden.
Vrijstelling
Gehele of gedeeltelijke ontheffing van de plicht tot het afleggen van een tentamen om te voldoen aan inschrijvings- of toelatingsvoorwaarden en/of verkrijgen van studiepunten inzake het afleggen van het propedeutisch of afsluitend examen.
Werkdag
Werkdagen zijn de weekdagen maandag tot en met vrijdag. Een algemeen erkende feestdag of een door de overheid erkende nationale feestdag wordt niet als werkdag gezien.
WHW
De Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek [Staatsblad 1992 nr. 593], inclusief latere aanvullingen en wijzigingen.
Zuyd Minor
Minor van 15 EC’s die als zodanig is benoemd en toegankelijk is voor de studenten van minimaal twee opleidingen.
Synoniemen
Daarnaast worden in deze regeling de volgende synoniemen voor hierboven genoemde begrippen gebruikt:
Academiedirecteur
Directeur
Deelraad
Academieraad
ECTS Credit
EC
European Credit
EC
Instellingsbestuur
College van Bestuur
Mentor
Studentbegeleider
OER
Onderwijs- en Examenregeling
SLB’er
Studentbegeleider
Studieloopbaanbegeleider
Studentbegeleider
Studiepunt
EC
DEEL 1
1 Algemene bepalingen
1.1 Reikwijdte
lid 1
Deze onderwijs- en examenregeling geldt voor alle studenten en extranei die ingeschreven staan voor de opleiding Bachelor HBO-ICT met Isat-code (code in CROHO) 30020.
lid 2
Er
kunnen geen rechten ontleend worden aan Onderwijs- en Examenregelingen (OER)
van voorgaande jaren. Uitzonderingen hierop gelden voor specifieke regelingen
als deze in de overgangsmaatregelen worden genoemd in artikel 3.9.
1.2 Examencommissie, taken en bevoegdheden
Lid 1
De examencommissie stelt vast of je over de in deze OER beschreven kennis, inzichten en vaardigheden beschikt om de graad te krijgen die voor deze opleiding geldt.
Lid 2
Je kunt je tot de examencommissie wenden voor een verzoek om:
- vrijstelling te krijgen voor één of meer tentamens;
- vrijstelling te krijgen voor de deelname aan een praktische oefening, met behoud van toestemming om het bijbehorende tentamen te doen. De examencommissie heeft dan wel de mogelijkheid om vervangende eisen te stellen;
- een tentamen te mogen afleggen waarvan je niet aan de ingangseisen voldoet;
- toegelaten te worden tot varianten/leerroutes waarvoor toestemming van de examencommissie nodig is;
- de geldigheidsduur van een tentamen of deeltentamen te verlengen, dat je met goed gevolg hebt afgelegd;
- een minor te volgen, die niet in de lijst van minoren is opgenomen waarvoor je op basis van de opleiding die je volgt zonder meer wordt toegelaten;
- een extra herkansing af te leggen;
- voorzieningen en aanpassingen omdat je een functiebeperking of chronische ziekte hebt;
- studiefaciliteiten omdat je topsport beoefent;
- af te wijken van deze Onderwijs- en Examenregeling, als je kunt aantonen dat de toepassing daarvan een onredelijk effect zou hebben.
Lid 3
De examencommissie is bereikbaar via examencommissie.techniek@zuyd.nl.
1.3 Beroep, bezwaar en klachtrecht
Lid 1
Zuyd Hogeschool heeft een Loket Rechtsbescherming. Dit loket is bereikbaar via de mail (rechtsbescherming@zuyd.nl). In lid 2 tot en met 5 staat beschreven voor welke zaken je bij het loket terecht kunt en wat je rechten dan zijn.
Lid 2
Als je het niet eens bent met een beslissing die de directeur, opleidingsmanager of examencommissie heeft genomen op grond van deze OER, dan kun je beroep aantekenen via het Loket Rechtsbescherming (zie lid 1). Je beroep wordt behandeld door het College van Beroep voor de Examens. Hierbij gelden de regels uit de Regeling College van Beroep voor de Examens Zuyd Hogeschool. Dit reglement kun je vinden op Zuydnet.
Lid 3
Als (aankomend) student of extraneus kun je via het Loket Rechtsbescherming (zie lid 1) een bezwaar aantekenen tegen de betaling van collegegeld, inschrijving, beëindiging, graadverlening, enz. bij de geschillenadviescommissie.
lid 4
Je kunt een klacht indienen over ongewenste omgangsvormen op basis van de Klachtenregeling Ongewenste Omgangsvormen via het klachtenloket rechtsbescherming@zuyd.nl. De regeling kun je vinden op Zuydnet.
lid 5
Je kunt een klacht indienen over bijvoorbeeld overige gedragingen en procedures van of door een medewerker, een student, of een orgaan van de hogeschool op basis van de regeling Ombudsvoorziening Zuyd Hogeschool. Dit kan via het Loket Rechtsbescherming (zie lid 1) bij de Ombudsman. In de regeling Ombudsvoorziening staat om welke klachten het kan gaan. Deze regeling kun je vinden op Zuydnet.
lid 6
Als je
een beroep, klacht of bezwaar indient op grond van dit artikel en de regelingen
die hierbij genoemd worden, hou je het recht om tentamens af te leggen voor de
opleiding, mits je bent ingeschreven voor deze opleiding.
2 Opleiding
2.1 Doel van de opleiding
De opleiding is gebaseerd op de Domeinbeschrijving bachelor of ICT van de stichting HBO-i (bron: https://www.hbo-i.nl/domeinbeschrijving-bachelor-of-ict).
Afgestudeerden van opleidingen die opleiden tot Bachelor of ICT, verwerven in de eerste jaren van hun studie een gedegen theoretische basis. Deze basis is zichtbaar in de architectuurlagen op niveau 1 en 2. Binnen het domein betreft het hier onder meer kennis over gangbare tools, standaard-methoden voor testen, ontwerptechnieken, modelleertechnieken, architecturen en human-computer-interaction. Afhankelijk van de gekozen verdieping of verbreding wordt de theoretische basis uitgebreid met onderdelen die voor die specifieke richting relevant zijn.
2.2 Opleidingsprofiel
De opleiding heeft geen opleidingsprofielen maar wel aandachtsgebieden.
De student heeft binnen deze aandachtsgebieden eigen profileringsmogelijkheden:
- Applied AI
- Software Engineering
- Interaction Design
- Cloud infrastructure
Programmeren is naast lezen, schrijven en rekenen een basisvaardigheid voor iedere ICT'er!
2.3 Eisen voor de beroepsuitoefening
Als je een opleiding volgt voor een beroep, waaraan eisen in de wet zijn gesteld aan verworven competenties voor de beroepsuitoefening, dan word je binnen de opleiding in de gelegenheid gesteld om aan die vereisten te voldoen, binnen de nominale studiebelasting.
2.4 Toelating
lid 1
Je wordt toegelaten tot de opleiding, waarbij de regels uit de Regeling Toelating en Inschrijving Zuyd Hogeschool gelden. Deze regeling kun je vinden op www.zuyd.nl.
lid 2
Via de website www.zuyd.nl vind je een verwijzing naar jouw eigen opleiding. Daar staat alle informatie over waar je aan moet voldoen om aan de opleiding toegelaten te worden. Ook staat daar wat je mogelijkheden zijn en wat je kunt doen als je niet aan de toelatingseisen voldoet, maar toch aan de opleiding wilt worden toegelaten.
lid 3
De procedure met betrekking tot het beëindigen van de inschrijving van de opleiding is te vinden in het Studentenstatuut, het Studentenstatuut kun je vinden op Zuydnet.
2.5 Varianten
lid 1
Je kunt de opleiding alleen in de variant van voltijdonderwijs volgen.
lid 2
Als je een VWO diploma hebt, kun je de opleiding als versnelde variant van 180 EC in 3 jaar volgen. Deze variant is beschreven in deel 2.
2.6 Afstudeerrichtingen
lid 1
Je kunt aan de opleiding de volgende afstudeerrichting(en) volgen:
HBO-ICT
lid 2
Niet van toepassing.
lid 3
Niet van toepassing.
2.7 Voertaal
lid 1
De voertaal van de opleiding is Nederlands.
lid 2
Het is mogelijk dat een onderwijseenheid wordt aangeboden in een andere taal dan de voertaal van de opleiding, bijvoorbeeld vanwege de herkomst van een (gast)docent. Als een andere taal wordt gehanteerd is dit altijd vermeld bij de beschrijving van de betreffende onderwijseenheid in deze OER. Ook wordt de reden voor het hanteren van deze taal beschreven.
lid 3
Bij alle onderwijs dat in een andere taal wordt uitgevoerd dan het Nederlands, geldt de Gedragscode Voertaal. Deze gedragscode kun je vinden op op Zuydnet.
2.8 Extra kosten
lid 1
Voor je inschrijving aan de opleiding als student mag enkel collegegeld worden gevraagd.
lid 2
Om de opleiding te kunnen volgen word je geacht bepaalde onderwijsbenodigdheden aan te schaffen. Hiervoor komen naar verwachting de volgende kosten voor jouw rekening:
Jaar 1
Het betreft de volgende leer(hulp)middelen:
- studieboeken, software en licenties ca. €500,-
- Laptop ca. €800,-.
Jaar 2
Het betreft de volgende leer(hulp)middelen:
- studieboeken, software en licenties ca. €300,-
- laptop (reeds aangeschaft in leerjaar 1)
Jaar 3
Het betreft de volgende leer(hulp)middelen:
- studieboeken, software en licenties ca. €200,-
- laptop (reeds aangeschaft in leerjaar 1)
Jaar 4
Het betreft de volgende leer(hulp)middelen:
- studieboeken, software en licenties ca. €200,-
- laptop (reeds aangeschaft in leerjaar 1)
lid 3
Zogenaamde onderwijsvoorzieningen (denk aan excursies en werkbezoeken) kunnen onderdeel uitmaken van je onderwijsprogramma. Hier kunnen voor jou kosten aan verbonden zijn. https://www.zuydnet.nl/groepen/faculteit-ict/hbo-ict-en-ad-ict kun je vinden om welke activiteiten het gaat en wat daarbij de kosten zijn. Als je de kosten voor deze activiteiten, niet kan of wil maken, dan word je een gelijkwaardig alternatief aangeboden.
lid 4
Als je kunt aantonen dat er voor jou persoonlijke en bijzondere omstandigheden zijn, waardoor je de kosten voor onderwijsbenodigdheden of -voorzieningen niet kunt dragen dan kun je een schriftelijk verzoek indienen bij de academiedirecteur om een financiële voorziening of een ontheffing van de betalingsverplichting. De academiedirecteur beslist hier dan binnen 20 werkdagen over. Bij het nemen van dit besluit wint hij advies in bij de studentendecaan. Het besluit wordt binnen deze 20 werkdagen schriftelijk aan je medegedeeld.
lid 5
Er mag in geen geval een financiële vergoeding aan jou gevraagd worden voor het inschrijven of de deelname aan tentamens en hertentamens.
3 Onderwijs
3.1 Start van de opleiding
De opleiding start op 1 september 2022
3.2 Major en minor
lid 1
De opleiding heeft een major van ten minste 120 EC. De omvang van de major wordt weergegeven in hoofdstuk 1 van deel 2, zo nodig per afstudeerrichting.
lid 2
Je hebt het recht om minstens 2 minoren te volgen, binnen de reguliere studiebelasting van je opleiding, om je te profileren. De studiebelasting van een minor is 15 EC.
lid 3
Naast minoren, kan het zijn dat je opleiding ook keuzemodules aanbiedt. Deze vallen buiten de major van je opleiding, maar binnen de 240 EC van de totale opleiding. Het verschil met een minor is dat deze niet uit 15 EC hoeft te bestaan.
3.3 Contacturen
In de propedeuse zijn tenminste 504 contacturen geprogrammeerd bij de variant van voltijdonderwijs.
3.4 Praktische oefeningen en aanwezigheidsplicht
lid 1
Binnen het onderwijs kunnen er één of meer onderwijseenheden zijn die de status ‘praktische oefening’ hebben. Bij praktische oefeningen moet je denken aan practica of werkcollege's. Stages zijn geen praktische oefeningen. Alle praktische oefeningen worden in deel 2 hoofdstuk 1 als zodanig vermeld. Bij een praktische oefening kan een examinator op basis van observatie van jouw handelen tot een beoordeling komen. De academiedirecteur bepaalt welke onderwijseenheden praktische oefeningen zijn.
lid 2
Bij een praktische oefening kan aanwezigheidsplicht
geëist worden in de volgende gevallen:
- de examinator kan alleen door observatie van jouw leerproces of voortgang van de leeractiviteit tot een beoordeling komen;
- je bent in je leerproces of voortgang van de leeractiviteit afhankelijk van de persoonlijke aanwezigheid van medestudenten en vice versa.
Aanwezigheidsplicht is vastgelegd in deel 2 hoofdstuk 1.
lid 3
Als aanwezigheidsplicht deel uitmaakt van de beoordeling, dan vindt de beoordeling van jouw aanwezigheid plaats op het niveau van een deeltentamen.
3.5 Minoren
lid 1
In Osiris vind je de onderwijscatalogus. Hierin kun je vinden welke minoren en keuzemodules je kunt volgen.
lid 2
Als je een minor wilt volgen waarvan in de onderwijscatalogus is vastgelegd dat hij toegankelijk is voor jou, heb je hier verder geen toestemming voor nodig.
lid 3
Wanneer je een minor binnen of buiten de hogeschool wilt doen, waarvan niet is vastgelegd dat die toegankelijk is voor jou, dien je vooraf toestemming te vragen aan de examencommissie om deze minor te volgen.
lid 4
Door middel van inschrijving in Osiris leg je jouw keuze voor het volgen van een minor of keuzemodule vast. Je krijgt per e-mail een bevestiging van je inschrijving. Op Zuydnet vind je een beschrijving van de inschrijvingsprocedure.
lid 5
Als je niet geplaatst kunt worden in een minor, omdat het maximaal aantal plaatsen overschreden is of het minimum aantal plaatsen niet gehaald is, word je in de gelegenheid gesteld om je in te schrijven voor een andere minor.
3.6 Externe opdracht
lid 1
De academiedirecteur kan besluiten om je uit te nodigen om een externe opdracht uit te voeren als alternatief voor één of meer onderwijseenheden van de opleiding.
lid 2
De examencommissie van je opleiding beslist of de externe opdracht deze onderwijseenheden kan vervangen. Hierbij kijkt ze in ieder geval of de inhoud, het niveau, de omvang en de organisatie van de externe opdracht reden geeft om te besluiten dat het een adequate vervanging is van de beoogde programma-onderdelen.
3.7 Studieplan
lid 1
In overleg met je studentbegeleider kun je een studieplan opstellen voor de profileringsruimte, waarin je de door jou gemaakte keuzes in je leerroute beschrijft.
Een keuze voor het volgen van een voor jou toegankelijke Zuydminor moet in alle gevallen mogelijk blijven.
lid 2
Met voorafgaande instemming van de examencommissie kan je bij een andere onderwijsinstelling tentamen(s) afleggen. Als het tentamen bij een onderwijsinstelling in het buitenland wordt afgelegd, dient daartoe door de betrokken onderwijsinstellingen een learning agreement te zijn ondertekend.
3.8 Inschrijving postpropedeutische fase en vooruit studeren
lid 1
Je kunt alleen voor de postpropedeutische fase van de opleiding worden ingeschreven, als je in het bezit bent van een getuigschrift van het propedeutisch examen van die opleiding.
lid 2
Als je je propedeuse examen nog niet hebt gehaald en toch al tentamens wilt doen van de postpropedeutische fase, kan dat alleen met toestemming van de examencommissie.
lid 3
Als je op grond van deze OER, vrijstelling hebt gekregen voor het afleggen van het propedeutisch examen van de opleiding, wordt het bewijs van die vrijstelling gelijkgesteld aan het getuigschrift voor de propedeuse. Het propedeutisch getuigschrift wordt in dat geval niet verstrekt.
3.9 Overgangsmaatregelen
De onderwijseenheden “ICT Innovation”, “Qualitative Methods“ en “Architectural Patterns” worden niet langer aangeboden.
De onderwijseenheden “Security” en “DevOps” zijn niet langer keuzemodulen maar behoren vanaf nu tot het verplichte curriculum van de hoofdfase.
Daarbij geldt het volgende:
- “ICT Innovation” niet behaald, dan wordt naar keuze “Security” óf “DevOps” de vervanging van “ICT Innovation”.
- “Qualitative Methods” niet behaald dan “Requirements and Testing” ter vervanging.
- “Architectural Patterns” niet behaald dan “Business Processes Analysis” ter vervanging.
3.10 Specifieke bepalingen over de deeltijd variant
Paragraaf 3.10 is voor deze opleiding niet van toepassing.
3.11 Specifieke bepalingen over de duale variant
Paragraaf 3.11 is voor deze opleiding niet van toepassing.4 Inrichting tentamens en examens
4.1 Tentamens en deeltentamens
Een tentamen kan bestaan uit meerdere deeltentamens. Studiepunten worden alleen aan jou toegekend als je het gehele tentamen hebt gehaald.
4.2 Herkansingen
lid 1
Je
krijgt per jaar van inschrijving minimaal één herkansing per tentamen of
deeltentamen aangeboden.
lid 2
Bij stages en langdurige externe opdrachten kan de examencommissie een uitzondering op de regel uit lid 1 maken, wanneer het niet mogelijk is om in hetzelfde jaar van inschrijving de stage of opdracht over te doen.
lid 3
Het afleggen van een hertentamen is alleen mogelijk, als je het eerste tentamen of deeltentamen van de betreffende onderwijseenheid niet hebt gehaald.
4.3 Het afleggen van extra tentamens buiten het reguliere programma
lid 1
Je hebt het recht op het volgen van onderwijseenheden en het afleggen van de bijbehorende tentamens van Zuyd Hogeschool, mits je voldoet aan de toegangseisen van deze onderwijseenheden en tentamens. De toegangseisen staan beschreven in de OER waar deze onderdeel van uitmaken.
lid 2
Op lid 1 kan alleen een uitzondering worden gemaakt door de academiedirecteur waaronder een onderwijseenheid wordt aangeboden, als deze onderwijseenheid en het betreffende tentamen vallen onder:
- een opleiding die mag selecteren of een hoger collegegeld mag vragen,
- een opleiding of afstudeerrichting waarvoor je een negatief bindend studieadvies hebt gekregen,
- masteronderwijs en je geen bachelorgraad hebt,
- een numerus fixus opleiding waarvoor je niet bent toegelaten. Dit geldt zowel voor een arbeidsmarktfixus, als voor een fixus vanwege capaciteitsproblemen.
lid 3
Behaalde tentamens van onderwijseenheden die buiten het studieprogramma van 240 EC vallen, kunnen in je resultatenoverzicht worden opgenomen. De examencommissie beslist hierover. Zij beoordeelt hierbij of dit bijdraagt aan de versterking van jouw beroepsuitoefening. Je dient hiertoe een gemotiveerd verzoek in te dienen bij de examencommissie. Zij neemt binnen 10 werkdagen na ontvangst van dit verzoek een gemotiveerd besluit en deelt dit aan jou mee.
lid 4
Behaalde tentamens buiten je eigen opleidingsprogramma tellen niet mee voor de resultaten op grond waarvan een studieadvies kan worden gegeven.
4.4 Beoordelingen
lid 1
Beoordelingen van tentamens worden door de examinatoren uitsluitend verstrekt op basis van de Nederlandse tienpuntsschaal óf op basis van daarmee in relatie staande kwalitatieve beoordelingsschaal. Voor de vergelijking van beoordelingen hanteren examinatoren de onderstaande conversietabel:
| Numeric grade / description | Alphanumeric grade | |
|---|---|---|
| 10 (>=9,5) | EX / EX | Excellent |
| 9 (8,5=<x<9,5) | ZG / VG | Zeer goed / Very good |
| 8 (7,5=<x<8,5) | GO / GO | Goed / Good |
| 7 (6,5=<x<7,5) | RV / SAT | Ruim voldoende / Satisfactory |
| 6 (5,5=<x<6,5) | VO / SUF | Voldoende / Sufficient |
| 0,5=<x<5,5 | OV / FAIL | Onvoldoende / Fail |
lid 2
Je hebt een tentamen gehaald als de beoordeling (afgekapt op 1 decimaal achter de komma) 5,5 of hoger is; in kwalitatieve begrippen is dit sufficient of voldoende en beter. De kwalificatie “voldaan” betekent dat je een tentamen hebt gehaald, zonder dat daar een verdere kwalificatie aan worden gegeven zoals (ruim) voldoende en goed.
lid 3
Als je één of meer hertentamens voor een onderwijseenheid hebt afgelegd, stelt de examinator het hoogst behaalde resultaat vast als het resultaat voor deze onderwijseenheid.
lid 4
De examencommissie kent jou onverwijld je behaalde EC’s toe als de examinator heeft beoordeeld en vastgesteld dat je een tentamen of hertentamen hebt gehaald.
lid 5
Je moet
de tentamens van alle onderwijseenheden halen. Compensatie op het niveau van
tentamens is niet mogelijk; op het niveau van deeltentamens is compensatie wel
mogelijk.
lid 6
Je hebt het recht om de beoordeling van je tentamens in te zien en kennis te nemen van de wijze waarop de beoordeling tot stand is gekomen. Dit recht vervalt na 20 werkdagen na publicatie van het behaalde resultaat voor een tentamen.
lid 7
De
geldigheid van voor tentamens behaalde resultaten of verleende vrijstellingen
is in beginsel onbeperkt.
lid 8
De examencommissie kan besluiten om studiepunten die je minimaal 4 jaar geleden hebt behaald op basis van het resultaat van een tentamen uit een oud tentamenprogramma ongeldig te verklaren. Dit kan zij alleen besluiten als de kennis, het inzicht of de vaardigheden die in het betreffende tentamen getoetst is, aantoonbaar verouderd is en niet meer voldoet aan de afstudeereisen. De tentamens die niet meer geldig zijn worden jaarlijks opgenomen in deel 2 van deze OER.
lid 9
Iedere examinator is verantwoordelijk voor het tijdig aan de opleidingsmanager melden, wanneer de inhoud van een tentamen onder zijn of haar verantwoordelijkheid, uit een oud tentamenprogramma, zodanig verouderd is, dat de afstudeereisen niet meer gehaald worden. De examinator meldt hierbij ook de argumentatie. De opleidingsmanager legt jaarlijks per opleiding deze oude tentamens inclusief de argumentatie gebundeld voor aan de examencommissie voor het besluit zoals genoemd in lid 8.
lid 10
De opleidingsmanager is verantwoordelijk voor het vaststellen van alternatieven voor de tentamens waarvan de geldigheidsduur is afgelopen. Deze alternatieven zijn beschreven in deel 2 van deze OER.
lid 11
Enkel in specifieke gevallen kan door de opleidingsmanager, in samenspraak met de examencommissie, op voorhand de geldigheidsduur van een tentamen worden vastgelegd op basis van inhoudelijke argumenten. Indien voor één of meer tentamens de geldigheidsduur op voorhand beperkt is, wordt dat in hoofdstuk 1 van deel 2 bij het desbetreffende tentamen vermeld. Daarbij wordt tevens vermeld wat de geldigheidsduur van het tentamen is.
lid 12
In deel
2, hoofdstuk 1, van deze OER worden de tentamens uit oude tentamenprogramma’s
benoemd, waarvan de behaalde studiepunten niet meer geldig zijn. Ook wordt
aangegeven waarom ze niet meer geldig zijn, en welk tentamen behaald moet
worden om de studiepunten opnieuw te halen.
4.5 Vrijstellingen en bepalingen over EVC’s
lid 1
Om vrijstellingen te krijgen, moet je ze altijd schriftelijk aanvragen bij de examencommissie. In artikel 1.2 lid 3 staat hoe je de Examencommisie kunt bereiken. De examencommissie bepaalt voor welke onderwijseenheden je vrijstelling krijgt. Je dient je verzoek schriftelijk te motiveren. Ook moet je bewijsstukken bijvoegen, die aantonen dat je voldoet aan de eisen voor desbetreffende onderwijseenheid.
lid 2
De examencommissie kan vrijstelling verlenen voor het afleggen van één of meer tentamens of examen als je al aan de vereisten van dat tentamen of examen hebt voldaan.
lid 3
Je kunt vrijstelling krijgen op grond van eerder gehaalde tentamens of examens, of van elders buiten het hoger onderwijs opgedane competenties. Je krijgt die vrijstelling van de examencommissie. Deze commissie geeft bij het verlenen van de vrijstelling een onderbouwing.
lid 4
Je kunt geen vrijstelling krijgen voor een eindwerk (zoals afstudeerwerkstuk/-onderzoek). Als eindwerk geldt:
de onderwijseenheid Graduation Project van 30 ec, gepositioneerd als laatste onderwijseenheid in het examenprogramma.
lid 5
Als je vrijstelling hebt gekregen, krijg je van de examencommissie een schriftelijk bewijs van de vrijstelling, dat ten minste de datum van verlening, desbetreffende tentamen(s) en de geldigheidsduur vermeldt.
lid 6
Je kunt vrijstellingen krijgen op basis van een ervaringscertificaat als:
- de in het ervaringscertificaat beschreven verworven competenties qua niveau en inhoud ten minste gelijkwaardig zijn aan de competenties van de onderwijseenheden waarvan wordt overwogen het tentamen vrij te stellen;
- het ervaringscertificaat per competentie het niveau en de inhoud bewijst;
- het ervaringscertificaat afkomstig is van een erkend aanbieder van competentiemetingen;
- het ervaringscertificaat niet ouder is dan vijf jaar.
lid 7
Als je de graad Associate degree van de opleiding Associate Degree ICT van Zuyd Hogeschool toegekend hebt gekregen, kun je vrijstelling krijgen voor:
- Propedeuse
- Blokperiode 1 en 2 van studiejaar 2
- Internship
Zodat er nog een traject van 120 EC overblijft.
Zie bijlage: Opzet van het curriculum
4.6 Organisatie van tentamens en examens
lid 1
Examinatoren
en andere bij een tentamen betrokkenen bewaren volstrekte geheimhouding ten
aanzien van de opgaven en opdrachten van een schriftelijk tentamen, totdat deze
zijn uitgereikt aan de studenten.
lid 2
Je legt een schriftelijk tentamen af onder toezicht van ten minste één examinator of een daartoe aangestelde surveillant, die namens hem het toezicht uitoefent. Alle overige tentamens worden onder toezicht van ten minste één examinator afgelegd.
lid 3
Je dient je bij het afleggen van een tentamen te kunnen identificeren middels één van de volgende originele en geldig identiteitsbewijzen: een collegekaart van Zuyd (mag ook digitaal via Osiris getoond worden), een rijbewijs, een ID-kaart of een paspoort. Als dit niet mogelijk is, word je direct uitgesloten van deelname en doet de examinator of surveillant daarvan melding aan de voorzitter van de examencommissie.
lid 4
Je dient bij het afleggen van een tentamen alle aanwijzingen op te volgen van de examencommissie, de examinator of andere door de examencommissie aangewezen personen. Overtreding daarvan geldt als een onregelmatigheid en op grond daarvan kun je van (verdere) deelname worden uitgesloten, zoals beschreven in Fraudereglement dat je kunt vinden op Zuydnet.
lid 5
In deel 2 hoofdstuk 2 is de tentamenregeling opgenomen die voor je opleiding geldt. Overtreding daarvan geldt als een onregelmatigheid en op grond daarvan kun je van (verdere) deelname worden uitgesloten, zoals beschreven in Fraudereglement dat je kunt vinden op Zuydnet.
lid 6
Je hebt
recht op bekendmaking van vastgestelde beoordelingen van tentamens binnen 15
werkdagen nadat je ze hebt afgelegd.
Alleen als er aannemelijke redenen zijn, mag deze termijn door de
opleiding worden overschreden. Je moet in dat geval daarvan zo spoedig mogelijk
in kennis worden gesteld.
lid 7
Tussen
het moment van de uitslag van een tentamen en het hertentamen van eenzelfde onderwijseenheid liggen
tenminste 5 werkdagen. Voorafgaand aan het hertentamen moet aan jou de
mogelijkheid van inzage zijn geboden van een eerder afgelegd tentamen of
hertentamen.
lid 8
Iedere student heeft tot 20 werkdagen nadat de resultaten van een tentamen zijn gepubliceerd, het recht om de beoordeling van tentamen in te zien en kennis te nemen van de wijze waarop de beoordeling tot stand is gekomen. Na inzage blijven de uitwerkingen van een tentamen minimaal 60 dagen in beheer onder verantwoordelijkheid van de opleidingsmanager of examinator en/of zolang nodig is vanwege beroepstermijnen.
lid 9
De examencommissie kan de resultaten van een (deel)tentamen ongeldig verklaren als zij heeft vastgesteld dat er bij het betreffende (deel)tentamen onregelmatigheden zijn opgetreden, zoals beschreven in Fraudereglement dat je kunt vinden op Zuydnet.
lid 10
Een (her)tentamen is altijd zo ingeroosterd, dat je in beroep kunt gaan, vóór de aanvang van jouw volgend jaar van inschrijving.
4.7 Inschrijving voor tentamens
Lid 1
Je bent automatisch ingeschreven voor een (deel)tentamen en de herkansing(en) in hetzelfde studiejaar daarvan, als je bent ingeschreven voor de Osiriscursus waar dit (deel)tentamen bij hoort. Je bent zelf verantwoordelijk voor de inschrijving voor de cursussen in Osiris. Je wordt niet toegelaten tot een tentamen of een herkansing als je niet bent ingeschreven hiervoor.
lid 2
Voor het afleggen van herkansingen van de major waar je niet automatisch voor wordt ingeschreven dien je je in te schrijven in Osiris conform de vastgelegde inschrijvingsprocedure die is opgenomen in deel 2.
lid 3
Je moet je inschrijven voor het afleggen van een (her)tentamen van een minor op uitnodiging door de examencommissie van de opleiding die de minor aanbiedt. Als er slechts een beperkt aantal studenten een tentamen kan afleggen, geldt in ieder geval dat de volgorde van inschrijving geldt voor toewijzing tot het afleggen van het tentamen.
4.8 Bewaring tentamen- en examenwerkstukken
lid 1
De bewaartermijn van schriftelijk tentamenwerk en/of andere bewijsstukken is minimaal 60 werkdagen na vaststelling van de beoordeling door de examencommissie of Examinator.
lid 2
De opleiding is verantwoordelijk voor het bewaren van de eindwerken. De bewaarwijze is afhankelijk van de aard van het eindwerk.
lid 3
Met het oog op het accreditatieproces van de opleiding worden de eindwerken gedurende een periode van ten minste zeven jaar bewaard. Na afloop van de bewaartermijn wordt het werk vernietigd of op je eigen verzoek aan jou geretourneerd.
lid 4
Het bewijs
dat je een tentamen hebt gehaald wordt 10 jaar bewaard.
lid 5
Bewijsstukken voor het verstrekken van een getuigschrift bewaart de academiedirecteur gedurende een periode van ten minste 50 jaar. Deze omvatten ten minste: jouw persoonsgegevens; de opleiding en datum van het propedeutisch examen dat met goed gevolg is afgelegd; de opleiding en datum van het afsluitend examen dat met goed gevolg is afgelegd.
lid 6
Bewijsstukken voor het verstrekken van een verklaring zoals bedoeld in artikel 6.4 bewaart de academiedirecteur gedurende een periode van ten minste 10 jaar. Het betreft jouw persoonsgegevens; de opleiding en jouw periode van inschrijving; een overzicht van de met goed gevolg afgelegde tentamens.
4.9 Fraude en Onregelmatigheden
Wat onder fraude en onregelmatigheden valt en wat de consequenties daarvan zijn, wordt geregeld in het fraudereglement.
4.10 Bijzondere voorzieningen
lid 1
Als je
te maken hebt met persoonlijke en bijzondere omstandigheden kun je een beroep
doen op bijzondere of extra voorzieningen voor het afleggen van tentamens en
examens.
lid 2
Onder persoonlijke en bijzondere omstandigheden wordt verstaan:
- zwangerschap of (langdurige) ziekte;
- handicap of chronische ziekte;
- bijzondere familieomstandigheden, te weten: de verzorging van een langdurig zieke bloedverwant of binnen eigen kring; dan wel het bestaan van langdurige psychische en/of sociale problemen al dan niet gepaard gaande met daaruit voortvloeiende financiële problemen in eigen kring;
- lidmaatschap van de CMR, studentencommissie of Academieraad of andere door het College van Bestuur te bepalen activiteiten, die de student ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van de hogeschool;
- bestuurslidmaatschap van een stichting gericht op instandhouding van studentenvoorzieningen of een daarmee naar het oordeel van het College van Bestuur gelijk te stellen taak, waarvoor aanvullend als eis geldt bestuurlijke (eind)verantwoordelijkheid plus een betekenisvol tijdsbeslag;
- bestuurslidmaatschap van een door het College van Bestuur of de academiedirecteur erkende studentenorganisatie met direct belang voor hogeschool en organisatie-eenheden daarbinnen plus de eis van een betekenisvol tijdsbeslag;
- een onvoldoende studeerbare opleiding;
- topsport door het beoefenen van een erkend topsportonderdeel of een vergelijkbare activiteit op het (inter-)nationaal hoogste niveau;
- andere omstandigheden die door het College van Bestuur of de academiedirecteur als bijzondere omstandigheden worden aangemerkt.
lid 3
Als je beroep wilt doen op persoonlijke en bijzondere omstandigheden, kun je in de regeling Studeren met een functiebeperking vinden hoe je dit kunt doen en welke regels dan gelden. Deze regeling kun je vinden op Zuydnet.
lid 4
Als jouw persoonlijke en bijzondere omstandigheden permanent of chronisch van karakter zijn, kan de examencommissie je voorzieningen toekennen voor jouw gehele inschrijvingsduur voor de betreffende opleiding. Ook hierbij gelden de bepalingen uit de Regeling studeren met een functiebeperking.
4.11 Overmacht en andere persoonlijke omstandigheden
Als je door overmacht of andere persoonlijke omstandigheden verhinderd bent om deel te nemen aan een tentamen en je dit tentamen alsnog wil afleggen in jouw lopende jaar van inschrijving, moet je hiertoe zo spoedig mogelijk een verzoek aan de examencommissie indienen. Hierbij moet je aangeven wat de aard van de overmacht of de bijzondere omstandigheden is of zijn. De examencommissie beslist binnen 15 werkdagen over dit verzoek.
5 Studievoortgang en persoonlijk studieadvies
5.1 Bewaking studievoortgang
lid 1
Je kunt een overzicht van je tentamenresultaten inzien in Osiris. Hierin kun je ook de bewijsstukken inzien van je studievoortgang. De academiedirecteur is verantwoordelijk voor een correcte weergave van je studievoortgang.
lid 2
In je eerste jaar van inschrijving is het bijhouden van je studievoortgang ook belangrijk voor je studieadvies. Daarom rapporteert de opleiding in dat jaar tijdig en ten minste twee keer actief aan jou over die studievoortgang. De academiedirecteur is er verantwoordelijk voor dat deze rapportage klopt. De rapportage is als volgt geregeld:
Via Osiris zijn diverse rapportages beschikbaar, zowel online als downloadbaar in pdf-formaat. In het kader van de regeling studieadvies ontvangt iedere student binnen 1 jaar een mededeling (per post en e-mail) over de studievoortgang.
lid 3
Als je meent dat de studievoortgangsrapportage onjuist of onvolledig is, dien je binnen 20 werkdagen schriftelijk bezwaar aan te tekenen bij de examencommissie.
5.2 Procedure persoonlijk studieadvies
lid 1
In de propedeutische fase krijg je aan het einde van het eerste jaar van inschrijving, uiterlijk een jaar nadat je bent gestart, een studieadvies over het vervolg van je opleiding.
lid 2
Elke student krijgt een persoonlijk studieadvies. Het studieadvies is gebaseerd op je studieresultaten in de propedeuse, op een inschatting van je mogelijkheden en eventuele persoonlijke omstandigheden. Het studieadvies wordt verleend door de opleidingsmanager, die zich laat adviseren door het docententeam, studentbegeleiders en studentendecanen.
5.3 Verstrekken persoonlijk studieadvies
lid 1
Een positief studieadvies betekent dat de opleiding het vertrouwen heeft dat je geschikt bent voor de opleiding en het beroep, en dat je de opleiding binnen vier jaar kunt afronden. Je krijgt een positief studieadvies als:
- Je alle 60 EC van de propedeuse hebt behaald. Je wordt dan toegelaten tot de postpropedeutische fase van de opleiding.
- Je nog niet alle 60 EC van de propedeuse hebt behaald, maar wel voldoet aan de doorstroomnorm:
45 EC
Als je voldoet aan de doorstroomnorm, geeft de examencommissie jou toestemming om onderwijseenheden van de postpropedeutische fase te volgen en de bijbehorende tentamens af te leggen onder de volgende voorwaarde(n): Als je in de propedeuse 45 EC of meer hebt behaald en je studieplan is goedgekeurd, dan kan de examencommissie jou daarmee toestemming geven om bepaalde onderwijseenheden van de postpropedeutische fase te volgen en bijbehorende tentamens af te leggen. De examencommissie hanteert daarvoor de toelatingstabel uit de OER, deel 2, bijlage Inschrijven onderwijs en toetsing onderwijseenheden uit de postpropedeuse zonder propedeusegetuigschrift.
lid 2
Als je niet aan de doorstroomnorm genoemd in lid 1 voldoet, bepaalt de opleiding het vervolg van je studietraject. De opleiding geeft je een tweede kans om de propedeuse te behalen. Je krijgt dan een studieadvies passend studietraject. Hoe dat studietraject eruitziet, is afhankelijk van de opleiding, je studieresultaten, een inschatting van je mogelijkheden en eventuele persoonlijke omstandigheden. Een passend studietraject kan ook betekenen dat je de propedeuse volledig opnieuw doet. De EC die je hebt behaald blijven geldig.
Als je de doorstroomnorm niet hebt behaald, heb je niet het recht om tentamens van de postpropedeutische fase te doen, tenzij deze onderdeel zijn van het door de opleiding vastgestelde studietraject en de examencommissie hiervoor toestemming geeft.
Als je minder dan 45 EC hebt behaald wordt je studiepad opgelegd door het opleidingsmanagement (in afstemming met de examencommissie), conform de toelatingstabel uit de OER, deel 2, bijlage Inschrijven onderwijs en toetsing onderwijseenheden uit de postpropedeuse zonder propedeusegetuigschrift.
lid 3
Als er geen goede match tussen de opleiding en jou blijkt, kan de opleidingsmanager je het dringend advies geven om met de opleiding te stoppen, je krijgt dan een verwijsadvies. Je studentbegeleider en de studentendecaan kunnen je helpen met vervolgstappen, zoals de keuze voor een andere opleiding. Als je het verwijsadvies opvolgt, schrijf je je niet in voor dezelfde opleiding vanaf het volgende studiejaar.
Wanneer je de opleiding ondanks het verwijsadvies wil vervolgen, kun je het eerste studiejaar geheel of gedeeltelijk opnieuw doen. De EC die je hebt behaald blijven geldig.
lid 4
Er zijn meerdere instroommomenten in de postpropedeutische fase.
Bij het behalen van de propedeuse.
6 Getuigschriften en verklaring
6.1 Examens
lid 1
Je hebt het propedeutische examen gehaald als je alle tentamens van de propedeutische fase hebt gehaald. De examencommissie stelt vast of dit het geval is en besluit dan tot uitreiking van het getuigschrift.
lid 2
Je hebt het afsluitend examen gehaald, als je alle tentamens die bij de opleiding horen hebt gehaald. De examencommissie stelt vast of dit het geval is en besluit dan tot uitreiking van het getuigschrift.
lid 3
De examencommissie kan van lid 1 en 2 afwijken. Ze kan dan zelf een onderzoek instellen naar jouw kennis, inzicht en de vaardigheden.
6.2 Getuigschriften
lid 1
Als je een tentamen hebt gehaald reikt de examinator als bewijs daarvoor een bewijsstuk uit of hij neemt het resultaat van dat tentamen met de bijbehorende beoordeling op in Osiris.
lid 2
Als je het propedeutisch examen hebt gehaald verstrekt de examencommissie een bewijsstuk hiervan. Hierop staat ten minste: de naam van de opleiding (zoals vermeld in CROHO), de examenonderdelen en de datum van de laatste accreditatie van de opleiding of toets nieuwe opleiding. Het bewijsstuk is minimaal ondertekend door de academiedirecteur en de voorzitter van de examencommissie.
lid 3
Als je het afsluitend examen hebt gehaald verstrekt de examencommissie een getuigschrift hiervan. Hierop staat ten minste: de naam van de opleiding (zoals vermeld in CROHO), de examenonderdelen en, als dit voor jouw opleiding geldt, welke wettelijke bevoegdheid daaraan is verbonden, de graad die erbij hoort en de datum van de laatste accreditatie van de opleiding of toets nieuwe opleiding. Het getuigschrift is minimaal ondertekend door de academiedirecteur en de voorzitter van de examencommissie.
lid 4
De academiedirecteur verleent jou namens het College van Bestuur de graad en toevoeging ‘Bachelor of Science’ als je het afsluitend examen hebt gehaald. Aan de graad wordt een vermelding toegevoegd van het vakgebied of het beroepenveld, waarop de graad betrekking heeft.
lid 5
Het getuigschrift wordt gedateerd op de dag waarop de examencommissie heeft vastgesteld dat je het afsluitend examen hebt gehaald. Deze dag geldt als het moment van afstuderen. Pas als de academiedirecteur heeft verklaard dat het mag, geeft de examencommissie het getuigschrift af.
lid 6
Het getuigschrift wordt aangevuld met een Diploma Supplement waarvan hieronder een model is opgenomen.
Diploma Supplement
This Diploma Supplement follows the model developed by the European Commission, Council of Europe and UNESCO/CEPES. The purpose of the supplement is to provide sufficient independent data in order to improve the international "transparency" and fair academic and professional recognition of qualifications (diplomas, degrees, certificates etc.) for academic and professional purposes. It is designed to provide a description of the nature, the level, the context, the contents and the status of the studies that were pursued and successfully completed by the individual named on the original qualification to which this supplement is appended. The supplement does not give any value judgement, statement on equivalence or suggestions as to recognition. Information is provided on all of the eight sections. If this should not be the case, the reason for not including the sections concerned will be given.
1. Information identifying the holder of the qualification
1.1 Last name
1.2 First name(s)
1.3 Date of birth (dd/mm/yyyy)
1.4 Student identification number
2. Information identifying the qualification
2.1 Name of qualification and (if applicable) title conferred (in original language)
2.2 Main field(s) of study for the qualification
2.3 Name and status of awarding institution (in original language)
2.4 Name and status of institution (if different from 2.3) administering studies (in original language):
2.5 Language(s) of instruction/examination
3. Information on the level and duration of the qualification
3.1 Level of the qualification
3.2 Official duration of programme in credits and/or years
3.3 Access requirement(s)
4. Information on the programme completed and the results obtained
4.1 Mode of study
4.2 Programme learning outcomes
4.3 Programme details, individual credits gained and grades/marks obtained
4.4 Grading system and, if available, grade distribution table
4.5 Overall classification of the qualification (in original language)
5. Information on the function of the qualification
5.1 Access to further study
5.2 Access to a regulated profession (if applicable)
6. Additional information
6.1 Additional information
6.2 Further information sources
7. Certification of the supplement
7.1 Date
7.2 Signature
7.3 Capacity
7.4 Official stamp or seal
8. Information on the national higher education system
6.3 Cum laude
Op het getuigschrift wordt 'cum laude' vermeld als:
Propedeuse
- het gewogen gemiddelde (gewogen naar EC) van alle onderwijseenheden in de propedeutische fase ten minste 8,0 is
- het tentamenresultaat voor alle onderwijseenheden in de propedeutische fase ten minste 7,0 is.
- per (deel)tentamen uit de propedeutische fase zijn maximaal 2 kwalitatieve beoordelingen als resultaat in Osiris geregistreerd
- de student maximaal 30 EC’s aan vrijstelling heeft voor onderwijseenheden uit de propedeutische fase
Afsluitend examen
- het gewogen gemiddelde (gewogen naar EC) van alle onderwijseenheden in de postpropedeutische fase ten minste 8,0 is
- het tentamenresultaat voor alle onderwijseenheden in de postpropedeutische fase ten minste 7,0 is
- het tentamenresultaat van de onderwijseenheid Graduation Project minstens 8,0 in eerste gelegenheid is
- per (deel)tentamen uit de postpropedeutische fase zijn maximaal 2 kwalitatieve beoordelingen als resultaat in Osiris geregistreerd
- de student maximaal 30 EC’s aan vrijstelling heeft voor onderwijseenheden uit de postpropedeutische fase
6.4 Verklaring
Als je meer dan één tentamen hebt gehaald, maar geen getuigschrift kunt krijgen, kun je bij de examencommissie om een schriftelijke verklaring vragen, waarin de tentamens en bijbehorende EC's zijn vermeld die je gehaald hebt. Dit zal dan aan jou worden verstrekt. In paragraaf 1.2 lid 3 staat beschreven hoe je de examencommissie kunt bereiken.
7 Slotbepalingen-vaststelling & wijziging-evaluatie
7.1 Afwijken van de OER (Hardheidsclausule)
Als door toepassing van deze OER jouw belang gedurende jouw inschrijving aan de opleiding onevenredig wordt geschaad, kun je een schriftelijk verzoek indienen bij de examencommissie tegen deze toepassing van de regeling op jou. De examencommissie neemt binnen 15 werkdagen een besluit en weegt daarin jouw belang af tegen het belang van de opleiding. Zij stelt jou daarvan schriftelijk in kennis.
7.2 Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet en onmiddellijke beslissing noodzakelijk is, wordt een besluit genomen door het daartoe bevoegde orgaan. Indien het bevoegde orgaan de examencommissie is zoals bij tentamens of examens, kan het besluit in dit geval door de voorzitter worden genomen.
7.3 Afwijken van de OER i.v.m. Covid-19
Indien het Servicedocument HO of vergelijkbare documenten van de Rijksoverheid hier aanleiding toe geven kan er afgeweken worden van deze OER. Hiervoor is een besluit tot afwijking door het College van Bestuur noodzakelijk.
Als aan deze voorwaarden is voldaan kan de directeur concrete afwijkingen op deze OER vastleggen in een addendum. Hiervoor is instemming nodig van de Academieraad. Indien het bevoegde orgaan de examencommissie is zoals bij tentamens of examens, wordt dit besluit door de examencommissie genomen. De Academieraad wordt in alle gevallen geïnformeerd.
7.4 Vaststelling en wijziging
lid 1
Vaststelling van deze OER gebeurt voor 1 juli 2022 door de academiedirecteur. De vaststelling heeft de instemming van de academieraad nodig.
lid 2
Wijziging
van deze OER is gedurende de looptijd ervan niet mogelijk.
lid 3
Deze onderwijs- en examenregeling treedt in werking vanaf 1 september 2022 en kan worden aangehaald als: OER Bachelor HBO-ICT 2022-2023.
7.5 Evaluatie
De academiedirecteur draagt zorg voor regelmatige evaluatie van de OER, om de kwaliteit hiervan te bewaken en zo nodig de studielast bij te stellen. Bij de evaluatie kijkt hij minimaal naar het tijdsbeslag voor de studenten dat uit deze OER voortvloeit. De academiedirecteur deelt deze evaluatie met de Academieraad.
DEEL 2
1 Inhoud van programma en tentaminering
1.1 Beschrijving van het opleidings- en tentamenprogramma
De voertaal van de opleiding is Nederlands, onderwijsmateriaal (boeken, presentaties, artikelen etc.) kan ook Engelstalig zijn. Indien een (gast)docent Engelstalig is kunnen ook de lessen in het Engels verzorgd worden.
Zie bijlage Inhoudelijke beschrijving onderwijseenheden
Zie bijlage Opzet van het curriculum
Het overzicht van onderwijseenheden is te vinden in bijlage 'inhoudelijke beschrijving onderwijseenheden' en de bijlage 'inhoudelijke beschrijving minoren'.
Een meer toegankelijkere versie is inzichtelijk via Osiris.
1.1.1 Momenten van toetsing
Het tentamen vindt plaats in week 10 van de blokperiode waarin de onderwijseenheid verroosterd is en waarvoor de student zich heeft ingeschreven.
1.1.2 Praktische oefeningen
Niet van toepassing
1.1.3 Aanwezigheidsplicht
Aanwezigheid is een vanzelfsprekend onderdeel van een professionele werkhouding. Dit gedrag wordt meegenomen in onze beoordelingssystematiek.
1.1.4 Herkansingen
Voor het hertentamen geldt voor iedere onderwijseenheid dat deze in week 7 van de volgende blokperiode plaatsvindt. Voor onderwijseenheden van blokperiode 4 vindt het hertentamen plaats medio augustus (voor aanvang van het nieuwe studiejaar).
1.2 Evaluatie van het onderwijs
De volgende evaluaties worden afgenomen:
- schriftelijke enquêtes onder zittende studenten op leeruitkomst en/of module niveau,
- mondelinge feedback in bijeenkomsten onder zittende studenten,
- werkveldbijeenkomsten waar eindkwalificaties, behaalde niveau, leeruitkomsten, beroepshandelingen en beoordelingsmodellen worden besproken.
De opleiding hanteert de volgende instrumenten in de pdca-cyclus ter evaluatie en verbetering van het onderwijs:
| Evaluatie-instrument | Inhoud | niveau | Periode | Verantwoordelijke actor voor bijsturing |
| Zuydbreed gehanteerde instrumenten (door elke opleiding in te zetten) | ||||
| Interne audit | Check op Zuydkwaliteit (inclusief accreditatiewaardigheid), verbetercyclus opleiding | Opleiding | Min. 2 keer per 5 jaar | Opleidingsmanager |
| Visitatie | (Externe) Check op accreditatiewaardigheid | Opleiding | 1x/6 jaar | Directeur |
| Eigen evaluaties onderwijs(eenheden) | Check op kwaliteit aangeboden onderwijs vanuit Zuydkwaliteit | Opleiding en onderwijseenheid | Min. 1x per onderwijsperiode | Opleidingsmanager / Kwaliteitszorgfunctionaris |
| Beoordelingsgesprekken in HR-cyclus | Kwaliteit medewerkers | Individu | 1x/jaar | medewerker |
| Aansluitingsmonitor | Check op kwaliteit aansluiting in beleving propedeusestudenten | Opleiding | 1x/jaar | Opleidingsmanager |
| NSE (Indien deelgenomen) | Kwaliteit onderwijs in beleving student | Opleiding | Jaarlijks | Directeur |
| HBO-monitor | Kwaliteit onderwijs in beleving alumnus | Opleiding | 1x/3 jaar | Directeur |
| MTO | Tevredenheid medewerkers | Opleiding | 1x/jaar | Directeur |
| Door de opleiding gehanteerde instrumenten (in aanvulling op de Zuydbreed gehanteerde instrumenten) | ||||
| Evaluatie-instrument | Inhoud | niveau | Periode | Verantwoordelijke actor voor bijsturing |
| Blokenquête | Kwaliteit van modulen | Opleiding | 1 kwartaal | Opleidingsmanager |
| Afstudeerenquête | kwaliteit van afstudeerperiode | Opleiding | 1 kwartaal | Opleidingsmanager |
| Groepsgesprek | kwaliteit onderwijsorganisatie en bedrijfsvoering | Opleiding | 2x/jaar | Opleidingsmanager |
| Sessie eindniveau | Kwaliteit gerealiseerd niveau | opleiding | 1 keer per 2 jaar | Opleidingsmanager |
1.3 Tentamens uit oude programma’s die niet meer geldig zijn (indien van toepassing)
Niet van toepassing
2 Tentamenregeling
2.1 Inschrijving
Zie deel 1, paragraaf 4.7 van deze OER, ‘Inschrijving voor tentamens’
2.2 Gedragsregels (uitgesplitst naar aard van het tentamen)
Overal waar 'tentamen' wordt gebruikt kan ook 'toets' worden gelezen.
Voor alle tentamens geldt:
- Een student die niet is ingeschreven staat niet op de presentielijst en mag niet deelnemen aan het tentamen.
- De student dient zich tijdens het tentamen te kunnen legitimeren met een geldige collegekaart, identiteitskaart, paspoort, rijbewijs of via Osiris. Indien de student zich niet kan legitimeren met een van de genoemde middelen mag de student niet deelnemen aan het tentamen.
- Studenten die te laat komen, worden niet toegelaten
- De student mag alleen hulpmiddelen bij zich hebben en gebruiken die vermeld staan op het voorblad van het tentamen.
- Uitwerkingen op kladpapier worden niet nagekeken.
2.3 Schriftelijke/digitale tentamens in gezamenlijke zitting
De opleiding kent wel schriftelijke/digitale tentamens in gezamenlijke zitting.
- De eerste en de laatste 15 minuten van de tentamentijd mag de student het tentamenlokaal niet verlaten.
- De toetstijd start als de surveillant hiervoor het teken heeft gegeven (dat is nadat alles is gecontroleerd en uitgedeeld).
- Toegestane hulpmiddelen mogen onderling niet uitgeleend worden.
- Alle telecommunicatiemiddelen (behoudens de door de examinator toegestane hulpmiddelen) dienen uitgezet en in de tas opgeborgen te worden. Ook is het niet geoorloofd tijdens een tentamen een uurwerk (horloge of smartwatch) te dragen.
- De student dient zich te houden aan de richtlijnen zoals vermeld op het voorblad van het tentamen (deze kunnen nooit in tegenspraak zijn met de richtlijnen in deze tentamenregeling) en aan de richtlijnen van de surveillant.
- Kladpapier moet ingeleverd worden samen met het tentamen
- Tijdens het tentamen mogen geen inhoudelijke vragen gesteld worden.
- Drinken is toegestaan; uitsluitend uit doorzichtige flesjes/drinkbekers zonder etiket.
- Studenten die gebruik maken van een aanvullende voorziening worden dringend geadviseerd om tenminste 15 minuten voor aanvang van de toets aanwezig te zijn.
- Studenten dienen hun tassen onder de tafel te leggen.
- Toiletbezoek is toegestaan onder de volgende voorwaarden: Alleen bij toegekende voorziening door decaan.
2.4 Praktijkopdracht, schriftelijke opdracht (verslagen, werkstukken, scripties, e.d.), mondelinge tentamen of elke andere niet genoemde tentamenvorm
- Er gelden geen specifieke aanvullende richtlijnen die in strijd zijn met de in deze regeling opgenomen gedragsregels.
- Bij digitaal inleveren is het tijdstip van ontvangst leidend. Mocht digitaal inleveren aantoonbaar - en niet aan de student verwijtbaar - onmogelijk zijn, dan verwittigt de student per ommegaande de examencommissie; de student dient het bewijs van de oorspronkelijke poging tot digitaal inleveren mee te sturen.
2.5 Openbaarheid mondelinge tentamens
Mondelinge tentamens zijn niet openbaar
2.6 Wijze waarop de beoordeling tot stand komt
Het moduleboek HBO-ICT 2022-2023 vermeldt voor elk tentamen:
- de beoordelingscriteria;
- de wijze waarop de beoordeling tot stand komt;
- de beoordelaars (intern of extern, al dan niet onafhankelijk, een of meer beoordelaars).
2.7 Opleidingsspecifieke gedragsregels
Voor de opleiding Bachelor HBO-ICT geldt daarnaast:
Inschrijfprocedure onderwijs en toetsing 2022-2023
Je bent verplicht je in te schrijven voor alle onderwijseenheden uit het te volgen examenprogramma. Je schrijft je in voor een onderwijseenheid door in te schrijven via een Osiriscursus in Osiris student. Alleen indien de opleidingssituatie daarom vraagt, kan de opleiding de inschrijving voor de cursussen van de student overnemen cq door Bureau Onderwijs laten uitvoeren. Als je bent ingeschreven voor de Osiriscursus ben je automatisch ingeschreven voor onderwijs, het (deel)tentamen en de herkansing(en) behorende bij deze onderwijseenheid in hetzelfde studiejaar. Je mag alleen deelnemen aan onderwijs en toetsing als je tijdig en correct bent ingeschreven.
Het met de studieloopbaanbegeleider besproken studieplan bepaalt waar je je voor inschrijft. Bureau Onderwijs informeert je tijdig via e-mail over de perioden van inschrijving en uitschrijving. Als er zich problemen voordoen met inschrijven of uitschrijven dien je dit binnen de inschrijf- en uitschrijfperiode te melden aan Bureau Onderwijs. Sta je ingeschreven voor een Osiriscursus en is de inschrijving gesloten en neem je niet deel aan het (deel)tentamen of de herkansing dan wordt een Niet Deelgenomen (ND) geregistreerd. De registratie Niet Deelgenomen is geen kwalitatieve beoordeling conform de beoordelingsschaal, maar geldt wel als door de opleiding aangeboden (deel)tentamen of herkansing. Hoe je je moet inschrijven kan je terugvinden in de handleiding Osiris Student op Zuydnet.
Je kan je in- en uitschrijven voor alle Osiriscursussen van studiejaar 2022-2023 vanaf 1 mei 2022 totdat de inschrijf- en uitschrijfperiode sluit voor de betreffende Osiriscursussen volgens onderstaand schema.
- De inschrijf- en uitschrijfperiode voor cursussen aangeboden in blokperiode 1 van het studiejaar 2022-2023 sluit uiterlijk op zondag 29 mei 2022 23:59
- De inschrijf- en uitschrijfperiode voor cursussen aangeboden in blokperiode 2 van het studiejaar 2022-2023 sluit uiterlijk op zondag 4 september 2022 23:59 uur
- De inschrijf- en uitschrijfperiode voor cursussen aangeboden in blokperiode 3 van het studiejaar 2022-2023 sluit uiterlijk zondag 20 november 2022 23:59 uur
- De inschrijf- en uitschrijfperiode voor cursussen aangeboden in blokperiode 4 van het studiejaar 2022-2023 sluit uiterlijk zondag 12 februari 2023 23:59 uur
- De inschrijf- en uitschrijfperiode voor cursussen aangeboden in blokperiode 1 van het studiejaar 2023-2024 sluit uiterlijk zondag 28 mei 2023 23:59 uur
Studenten in het versneld traject kunnen hun inschrijving voor studiejaar 1 blokperiode 2 nog wijzigen tot eind week 8 blokperiode 1. De procedure daarvoor zal door de studieloopbaanbegeleider gecommuniceerd worden.
Als uitgangspunt geldt een inschrijving voor maximaal 20 EC per blokperiode.
Extra tentamenmoment in augustus
Deelname aan dit extra tentamenmoment kent de volgende voorwaarden:
- De student behaald bij een positief tentamenresultaat van het (deel)tentamen het afsluitend examen van de bachelor.
- De student neemt aan niet meer dan één (deel)tentamen deel m.u.v. de onderwijseenheid Graduation Project.
- De student heeft aan beide toetsmomenten van tentamen en herkansing deelgenomen van het (deel)tentamen in het studiejaar 2022-2023 en een onvoldoende tentamenresultaat behaald
- Het extra tentamenmoment voor (deel)tentamens met de toetsvorm schriftelijke kennistoets onder surveillance vindt plaats in de daarvoor benoemde week in augustus in het jaarrooster 2022-2023.
- Het moment van afname bij (deel)tentamens met de toetsvorm assessment of mondeling wordt in overleg met de examinator bepaald in de periode augustus van het studiejaar 2022-2023
Bekendmaking tentamenresultaten en inzage
Tentamenresultaten worden bekend gemaakt volgens onderstaand schema:
| Tentamen gelegenheid 1 | Week | Inzage |
| Blokperiode 1 t/m 3 | Week 3 opvolgend blok | Week 3 opvolgend blok |
| Blokperiode 4 | Week 11 lopend blok | Week 11 lopend blok |
| Tentamen gelegenheid 2 | Week | Inzage |
| Blokperiode 1 t/m 3 | Week 10 opvolgend blok | Week 10 opvolgend blok |
| Blokperiode 4 | Augustus | Augustus |
Definitieve data zijn gepubliceerd in het jaarrooster opleiding
Feedback en inzage in de wijze van beoordeling
Het beoordelingsmodel beschrijft per prestatie-indicator op welke aspecten beoordeeld wordt, de te behalen punten per aspect en de criteria waaronder die punten worden toegekend. Het beoordelingsmodel wordt door de examinatoren en beoordelaars gebruikt om de beoordeling op te stellen en vast te stellen. In de digitale leeromgeving van de onderwijseenheid en keuzemodule is een prestatie-overview opgenomen met het beoordelingsmodel.
Aansluitend aan de vaststelling van het tentamencijfer in Osiris krijgt de student per e-mail inzage in de beoordeling en feedback op het behaalde resultaat door het toesturen van een proces verbaal waarin de beoordeling per prestatie-indicator is vastgelegd. Voor schriftelijke toetsen wordt een collectief inzagemoment aangeboden. Hiervoor gelden de onderstaande gedragsregels.
Gedragsregels tijdens inzage schriftelijke toetsen (pi 1 t/m 3)
- Inzagesessie maximaal 20 minuten per toets;
- Alleen studenten die zijn ingeschreven voor de inzage hebben toegang tot de inzagesessie;
- De docent/surveillant die de inzage verzorgt, bepaalt de indeling in de inzageruimte;
- Je krijgt inzage in de door jou gemaakte toets(en), het beoordelingsmodel en/of juiste antwoorden;
- Inzage is geen discussie over de vragen en antwoorden;
- Indien er toetsvragen zijn waar je opmerkingen over wil maken kun je dit duidelijk aangeven op een beschikbaar inzage-toetsprotocolformulier;
- Vul de inzage-toetsprotocolformulieren per toets in met de door de docent/surveillant verstrekte pen;
- De ingevulde formulieren worden door de examinatoren behandeld. Opmerkingen kunnen aanleiding zijn voor de examinator om de volledige toets te herbeoordelen;
- Aan het einde van de inzagesessie dienen alle tentamenuitwerkingen en/of juiste antwoorden en verstrekte schrijfwaren te worden ingeleverd.
- Het is NIET toegestaan eigen schrijfmateriaal, telefoons en/of andere opnameapparatuur te gebruiken;
- Reproductie van toetsopgaven en/of antwoorden, op welke manier dan ook, geldt als fraude.
- Tassen, jassen en telefoons zijn NIET toegestaan in het inzagelokaal
Voor toelichting of vragen over de beoordeling van prestatie-indicatoren PI 4 t/m 10 geldt dat, na het versturen van de digitale feedback aan student (proces verbaal) het op Zuydnet geplaatste Toetsinzageformulier door de student kan worden ingediend bij de examinatoren.
Inschrijven onderwijs en toetsing onderwijseenheden uit de postpropedeuse zonder propedeusegetuigschrift.
Zie de bijlage
Er zijn geen specifieke gedragsregels aanvullend aan de informatie die de student van de opleiding over het tentamen heeft ontvangen.
2.8 Beroep
Indien een student het niet eens is met de beoordeling, kan hij/zij in beroep gaan tegen de beslissing van de examinator bij het College van Beroep voor de Examens. De procedure hiervoor staat beschreven in het Handboek Examencommissies (zie Zuydnet).
3 Studentbegeleiding
Studieloopbaanbegeleiding is gericht op de begeleiding van studenten bij hun leerproces gedurende de gehele studie. De begeleiding is gericht op het faciliteren en begeleiden van de student tijdens de HBO-studie en draait zowel om persoonlijke begeleiding als om het wat en het hoe van het leren.
De ICT academie kiest bij haar aanpak van het studieloopbaanbeleid voor een ontwikkeltraject: de ondersteuning verandert gaandeweg de studie: van strakke sturing naar zelfsturing. De aard en de intensiteit van de studiebegeleiding is afhankelijk van de studiefase, de groei van de zelfstandigheid van de student en de verandering van de leeromgeving in de diverse studiefasen. De student maakt zo een geleidelijke overgang naar zelfsturend leren. De rol van, en ondersteuning door de studieloopbaanbegeleiders (SLB’er) sluiten aan bij deze aanpak.
De visie van de ICT academie op studieloopbaanbegeleiding is vastgelegd in een beleidsnotitie en een uitvoeringsplan.
Methodieken (middelen) die bij studieloopbaanbeleid worden ingezet zijn:
- studieloopbaanbegeleiding (SLB) in de persoon van de studieloopbaanbegeleider (SLB’er) en eventueel de studieadviseur;
- studieloopbaangesprekken (frequentie, aanpak en inhoud van de gesprekken is vastgelegd in een protocol);
- (jaarlijks) opgesteld studieplan: overzicht van onderwijs (leerroute) dat de student volgt;
- studievoortgangsysteem Osiris (Osiris notities) waarin het studentdossier met informatie omtrent studievoortgang en de studieresultaten is opgenomen ( o.a. studieplan);
- onderdelen in lesprogramma’s (bv. in leerjaar 1 in de onderwijseenheid Professional Skills).
Er wordt rekening gehouden met extra zorg voor studenten die behoren tot een etnische of culturele minderheid waarvan de deelname aan het hoger onderwijs in betekenende mate achterblijft bij de deelname van Nederlanders die niet behoren tot een dergelijke minderheid (zie Art. 7.34 eerste lid sub e WHW).
Studenten met een functiebeperking, chronische ziekte of aandoening waardoor studeren extra tijd en energie kost worden gewezen op de diverse regelingen die studievertraging en uitval trachten te voorkomen. Waar nodig wordt door de studieloopbaanbegeleider, in overleg met de decaan, een aangepast (maatwerk) studietraject voorgesteld dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de examencommissie.
De studieloopbaanbegeleider (SLB’er)
- voert SLB-gesprekken met studenten over
- motivatie/interesse
- studievoortgang / studievertraging
- studieplan en leerroutes
- omstandigheden die de voortgang van de studie beïnvloeden
- doet verslag van SLB-gesprekken en studievoortgang in Osiris;
- in leerjaar 1 heeft specifiek als taak de student wegwijs te maken in de studie en te begeleiden in de keuzes voor jaar 2;
- vanaf leerjaar 2 wisselt nadat de student het propedeusegetuigschrift heeft behaald: de SLB’er in de postpropedeuse begeleidt de student tot het eind van de studie en ondersteunt de student bij het maken van keuzes m.b.t. loopbaanontwikkeling: keuzes voor internship, keuzemodules, graduation project, en vervolgstudie en/of starten met werken (studenten in het versneld 3-jarig-traject worden gedurende de gehele studie door dezelfde SLB’er begeleid);
- heeft contact met ouders en/of verzorgers van de student, indien de student hiervoor expliciet toestemming heeft gegeven.